Schaatskampioen Kjeld Nuis (36) is een gevestigde naam in de Nederlandse sportwereld. Drievoudig olympisch kampioen, oud-wereldkampioen op de 1000 en 1500 meter en een inspiratie voor jong en oud; door ploeggenoten van schaatsteam Reggeborgh van Gerard van Velde, veelvuldig ‘schaatsopa’ genoemd. Achter zijn prestaties schuilt een verhaal van vroege passie, doorzettingsvermogen en een bijzondere vader-zoonband. Vader Roland Nuis, werkzaam als gymdocent, kijkt terug op de eerste stappen van zijn zoon op het ijs en de weg naar de wereldtop.
“Zijn fascinatie voor schaatsen begon heel vroeg,” vertelt Roland. “Al toen Kjeld drie was, rende hij bij mijn ouders door de kamer en wilde een wedstrijdje doen met zijn oma. Hij kon zelfs het zogenaamde hakje in het ijs bij de start al feilloos nadoen; prachtig was dat.”
Die eerste vonk werd verder aangewakkerd tijdens een winter in een gehuurd huisje bij Tilburg. Het ijs was dun en schaatsen waren er niet, maar Kjeld liet zich niet afschrikken. Hij smeekte zijn opa om schaatsen en was ontroostbaar van enthousiasme. Roland kocht goedkope glij-ijzers en onder een lantaarnpaal op het slootje achter het huis ontdekte Kjeld zijn eerste gevoel van vrijheid. “Hij was er niet af te krijgen,” herinnert Roland zich lachend.
Het talent werd al snel zichtbaar. Op zevenjarige leeftijd reed Kjeld al dorpentochten van 35 kilometer in Giethoorn. Bittere kou hield hem niet tegen. Het plezier zat diep. Daarna volgden de eerste trainingen bij IJssport Vereniging Leiden (IJVL), waar een sterk schaatskader actief was met een groep enthousiaste trainers. “Hij onderscheidde zich meteen,” vertelt Roland. “Na het winnen van het scholierenkampioenschap bleef Kjeld op het hoogste schavot met zijn armen in de lucht rondkijken. Zo van: kijk mij eens.”
De jaren daarop waren een mengeling van intensief trainen, reizen en het vinden van een balans tussen sport en school. Kjeld trainde vier keer per week in Den Haag, vaak op onmogelijke tijden. “Het vroeg veel van ons als gezin,” vertelt vader Nuis. “Kjeld heeft nog een jongere broer, Skip, die niet schaatste. We hebben altijd geprobeerd ervoor te zorgen dat ook hij zich gezien voelde, zodat de aandacht voor Kjeld geen scheve verhouding in het gezin veroorzaakte.”
Schaats CV Kjeld Nuis:
- Eerste keer op het ijs
In 1992 op driejarige leeftijd met zijn opa en vader onder een lantaarnpaal op het slootje achter het vakantiehuisje vlakbij Tilburg. - Eerste vereniging/ eerste ijsbaan
IJssport Vereniging Leiden (IJVL). - Eerste coach
Het schaatskader bij IJVL bestond uit een groep enthousiaste trainers.
De broers verschillen sterk van karakter. Skip heeft meer van zijn moeder Brigitta, creatief en rustig, terwijl Kjeld energiek, aanwezig en competitief is; een versie van zijn vader. “Kjeld en ik delen die passie en beweeglijkheid. Al vanaf zijn kleuterleeftijd zaten we op dezelfde golflengte als het om sport ging.”
Ondanks de verschillen is de band tussen de broers hecht. “Ze zijn dol op elkaar,” vertelt Roland. Toen Skip ontdekte dat hij op jongens viel, werd daar binnen het gezin heel vanzelfsprekend mee omgegaan. Het was nooit een issue, niet thuis en niet tussen de broers. Skip en zijn vriend reizen ondertussen, als het even kan, mee naar grote wedstrijden om Kjeld aan te moedigen.
Een moeilijke periode volgde rond Kjelds zestiende, toen hij bij een ongeluk zijn oogkas brak en uit de selectie werd gezet. “Dat was een enorme teleurstelling, maar hij koos ervoor door te gaan.” Met Rolands achtergrond als gymdocent stelde hij een trainingsplan op voor zijn zoon. Kjeld hervond zijn plezier en succes volgde bij de junioren en Jong Oranje. “Dit heeft hem gevormd, als sporter én als mens.”
Het echte keerpunt kwam toen Kjeld 19 was, na de finale van de World Cup voor junioren in het Groningse Kardinge. Kjeld won zowel de 1000 als de 1500 meter. Na afloop op de parkeerplaats ging Kjelds telefoon. 'Pap, mam kijk wie mij belt!' Het was Jac Orie. Hij had Kjeld zien rijden, zag potentie en nodigde hem uit voor een gesprek. Dat ene telefoontje veranderde alles. Onder Ories begeleiding maakte de Zuid-Hollander de stap naar de wereldtop.
De overgang naar topsport ging niet zonder hobbels. Kjeld moest zelfstandig worden, omgaan met een professioneel ritme en het twee keer missen van de Olympische Spelen verwerken. “Dat was zwaar,” erkent Roland. “Maar hij hield stand, gesteund door coaches, teamgenoten en later een sportpsycholoog. Hij leerde om te winnen, tegenslagen te incasseren en aan de top te blijven.”
De discipline, focus en mentale kracht die Kjeld vandaag de dag toont, zijn volgens zijn vader deels aangeboren, maar ook het resultaat van ervaring en doorzettingsvermogen. “Hij heeft altijd al een geweldige focus gehad. Na de geboorte van zoon Jax heeft Roland zijn zoon zien veranderen. “Hij is iets rustiger geworden en heeft een enorm verantwoordelijkheidsgevoel.”
Ondanks het succes blijft de band met zijn ouders bijzonder hecht en nuchter van aard. Een bemoedigend appje, een kort gebaar op de tribune of een moment samen op de racefiets: het zijn de kleine dingen die de verbondenheid in stand houden. “We hebben niet veel woorden nodig. Soms is het gewoon meegaan in wat hij aangeeft; hem ondersteunen door op Jax te passen, of door hem bij ons op de bank te laten ploffen en een heerlijk bad te laten nemen.”
Hoewel Kjeld al zijn dromen heeft waargemaakt, behoudt hij zijn spontaniteit en plezier in kleine dingen. Een mountainbikerit in Inzell, een telefoontje met zijn vader om dat moment te delen of een cruise met zijn ouders, vriendin Joy Beune en zoon. “Dat zijn cadeautjes. Het typeert hoe Kjeld zich heeft ontwikkeld, op én naast het ijs, en hoe hij met dezelfde verwondering kijkt naar jonge teamgenoten als vroeger naar zijn voorbeelden.”
Vooruitkijkend naar de Spelen in Milaan-Cortina heeft Roland nog één boodschap voor z’n zoon: "De eerdere drie gouden plakken zijn ons overkomen. Dat was waanzinnig euforisch. Nu denk ik alleen maar: hij staat er weer en knal er het beste uit wat je nog hebt. Waar het in resulteert, interesseert me eigenlijk geen bal. Wij zijn onvoorwaardelijk trots.”