En nee, Nederland – of TeamNL – behoorde niet tot de podiumklanten op het eerste medaille-onderdeel van het shorttracktoernooi. Dat deed pijn, dat leidde tot vertwijfeling, maar ook tot verbaasde blikken, misschien zelfs bij de aanwezige koning en koningin die hun goldrush graag hadden willen voortzetten na de langebaandubbel van Jutta Leerdam en Femke Kok een avond eerder. Maar toen Willem-Alexander net weer plaats had genomen naast zijn vrouw om het ijzersterk rijdende Oranje-kwartet de laatste horde naar de finale te zien nemen, kon de jubelstemming worden geparkeerd.

Op vijf rondjes voor de eindstreep lag Xandra Velzeboer ineens in de kussens, zakte de bondscoach figuurlijk door de grond en drong bij iedereen de snoeiharde realiteit door: de beste ploeg van de dag kon onverrichterzake terug naar het atletendorp. Een déjà vu met 2022: ook vier jaar terug blonk de Nederlandse formatie uit op de mixed team relay. Door een crash van Suzanne Schulting kon er een dikke streep door de hoop op goud.

Niels Kerstholt verwees maandag na de afsluitende training terecht naar de onvoorspelbaarheid van deze sport. Statistieken kunnen leuk ogen, zeker als ze in het voordeel spreken van een team of een rijder, ze gaan meteen overboord bij de minste of geringste hapering. En vaak op een onverwacht moment, zoals deze keer halverwege de eerste halve finale. Velzeboers rechterschaats gleed licht naar buiten, nagenoeg onzichtbaar, een fractie later schoof de altijd zuiver en foutloos schaatsende kopvrouw de veiligheidskussens in. Haar gezichtsuitdrukking – een en al wanhoop – symboliseerde direct de totale ontreddering op het ijs. Aan de andere kant van de boarding ging Kerstholt door de knieën, zwaar getroffen door de tegenspoed.

Fluitend was TeamNL doorgegaan naar de halve eindstrijd. Goed, Italië – lees: Pietro Sighel – had slotrijder Jens van ’t Wout op de nek gezeten tot aan de streep, maar de rit deed geen centje pijn. Iedereen oogde fris, messcherp en pijlsnel. Op dezelfde wijze doorgaan, dat lag voor de hand en zo verliep de volgende rit ook. Totdat Van ’t Wout wegbrak op het wat zachte ijs, zo enkele meters verloor die Michelle Velzeboer meteen wilde terugwinnen. Zij duwde vervolgens zus Xandra de baan in. En toen? “Ik dacht: het komt weer goed”, begon de zwaar ontgoochelde kopvrouw in de mixed zone met ogen waarin de sporen van traantjes nog goed zichtbaar waren. “Toch kwam ik klem te zitten na de wissel, raakte ik mijn snelheid kwijt en probeerde ik die terug te krijgen op het rechte eind…”

Zussenverdriet na de mixe relay
Michelle Velzeboer troost haar zus Xandra, die nog wel even last zal ondervinden van de onfortuinlijke schuiver. | Foto: Orange Pictures

Bij de tweede slag prikte kennelijk de schaatspunt in de toplaag van de baan, waardoor ze ten val kwam. Kansen voorbij. Ze wist het natuurlijk à la minute, want ze woont als het ware in de discipline, maar het besef volgde een paar tellen later terwijl ze botste met het stootkussen. Het kón niet, het mocht niet, maar het gebeurde wel. “Als je zag hoe hard wij rijden, in de kwartfinale al, maar daarna ook in de B-finale – bijna een wereldrecord. De andere teams schaatsen allemaal minimaal vier seconden langzamer. We hadden met z’n zessen op het podium kunnen staan. Ja, met een gouden medaille. Dat vertrouwen had ik echt. Nee, iedereen”, aldus Velzeboer.

Zus Michelle liep nog met natte wangen rond tussen de journalisten. Zij sprak van een visitekaartje dat de ploeg had achtergelaten. “Al heb je daar nu even niets aan”, wist ze. “Er is verder niets mis met ons. Kijk maar naar de B-finale waarin we er weer stonden en ons olympisch record verbeterden. Het komt weer goed, daar ben ik van overtuigd. Alleen is het momenteel erg balen, vooral voor Xandra, zonder dat we haar de schuld geven van deze tegenvaller.” Xandra, eerder in dit verband: “Bij ons in de ploeg is het nooit een kwestie van een schuldvraag. We doen de relays met z’n allen.”

Gedeeld verdriet: Xandra Velzeboer en Niels Kerstholt
Xandra Velzeboer zoekt en vindt troost bij de bondscoach. | Foto: Orange Pictures

Schijnbaar onbewogen meende Jens van 't Wout dat hij het met zijn halve misser ook had verknald. "Xandra viel, maar dat overkomt mij ook dikwijls. Normaal gesproken ben ik niet bezig met een olympische titel. In dit geval was ik ervan overtuigd dat het wel kon. Ik zat eerst in mijn eigen emotie van ik heb het verkloot, daarna concludeerden we dat we met z'n allen winnen en verliezen."

Juist omdat het een teaminspanning is, zo poogde bondscoach Kerstholt de situatie te verklaren, gebeurde het onverwachte. “Dit doet zich altijd voor op een groot toernooi, bij alle landen. Nu waren wij aan de beurt, op de Spelen.” De wegglijder van Van ’t Wout vormde de inleiding, het overhaast willen repareren van de schade door Velzeboer ontaardde in het drama. Misschien was er sprake van een beetje paniek. Ach, de analyse kon nog veel uitvoeriger; gedane zaken nemen geen keer. “Maar het raakt me wel. We hebben een supersnel team, de rijders zijn allemaal in vorm, de voorronde liep heel gemakkelijk en toch staan we naast het podium. We hadden deze Spelen met heel veel momentum kunnen beginnen. Dat zat erin, dat gunde ik de ploeg. Om te kunnen zeggen: hé jongens, hier zijn we, dit is onze Olympisch Spelen. Nu moeten we het op een andere manier aanvliegen, want de sporters zijn met hun neus op de feiten gedrukt.

“Daarom heb ik iedereen voor de B-finale bij elkaar geroepen. Nu we laten zien wie we zijn, wie de beste is. Dat deed wel iets. Een nieuw olympisch record (2.35,537) verzacht een klein beetje de pijn. Het is niet zo makkelijk om te schakelen. We moeten tijd nemen om te balen. Er zijn twee dagen tot de volgende wedstrijden, dus ik geef ze maar heel even.”