Waar Itzhak de Laat niet meer weet waar hij het moet zoeken na de geweldige inspanning, Teun Boer voor dood op de boarding wordt gesignaleerd en Xandra Velzeboer zich tot stilstand rijdt tegen de licht meebewegende boarding om bij te komen, zet Jens van ’t Wout nog even zijn ene been voor het andere. Toch ook wel wat oververhit door de razendsnelle slotsessie gaat dat pootje-over in de bocht niet meer zo soepel bij de beste shorttracker van Nederland. Hij strekt zijn tengere lijf, kijkt eens triomfantelijk om zich heen en moet lachen, zeker nadat de coach van de Engelsen - die het hele seizoen al trainingspartners zijn van Oranje – hem in woord en gebaar complimenteert.
“Dit is mijn favoriete training, dit is wat ik het liefst doe: iedereen kapotrijden. Zo mooi als ik achter me de mensen hoor pivoten……. Zodra dat geluid in mijn oren klinkt, denk ik nog een of twee ronden wat harder en ze zijn er allemaal vanaf. Een pivot is een draai op het rechterbeen met de linkerhand op het ijs en de linkerknie naar achteren”, legt hij naderhand met enige trots uit. “Maar ja, Nederlanders schaatsen meestal met twee benen op het ijs door de bocht”, spreekt Van ’t Wout schertsend en tegelijkertijd nagenietend van de demonstratie die hij heeft laten zien.
Ongrijpbaar snel en in de beste vorm ooit nadert de man die shorttrack als religie belijdt het toernooi waarop hij onvergetelijke hoogtepunten van zichzelf verlangt. Wat er ook gebeurt, er moet goud worden gewonnen. Zo goed als hij zegt zich te voelen kan hem daarbij helpen. De nieuwe recordtijd op een rondje van 110 meter (7,82 seconden), vorige week gerealiseerd tijdens het trainingskamp in Bormio, is een tastbaar bewijs. “Ik slaap goed, zit op het juiste gewicht (71,5 kg), schaats heel lekker en herstel prima. Ik zei zojuist tegen Niels (bondscoach Kerstholt, red.): als ik doorgaans die vier lappers doe (vier ronden op hoge snelheid, red.) dan herstel ik er niet meer van. Nu glijd ik een bocht uit en ben ik weer het ventje. Mijn lichaam staat momenteel echt aan, dat is een heerlijk gevoel.”
Dat de stage in de Italiaanse Alpen vroegtijdig is afgebroken, laat hem ook volledig koud. Met smaak doet hij uit de doeken wat er is voorgevallen. “We zouden gaan schaatsen, nog een laatste training voor vertrek naar Milaan. Ik ging op een bankje zitten om mijn schaatsen aan te trekken en plotseling kroop er een gast naast me en die begon van die huurschaatsen aan te doen. Hé, dacht ik, er klopt hier iets niet helemaal. Toen ik opkeek zag ik overal mensen op het ijs. Het zal wel weer, wij gaan niet trainen, want de recreanten zijn ook aan de beurt. Iedereen van ons was er klaar mee. De dag ervoor reden we op het slechtste ijs ooit. Volgens mij was de baan toen op de spaarstand gezet, aangezien de Italiaanse olympische ploeg al was vertrokken…”
Het heeft Van ’t Wout geen seconde uit z’n humeur gehaald. Ondanks al die positieve zaken doet hij een ding niet, en dat is ze meteen koppelen aan de gedroomde uitslag op de Spelen: olympisch kampioen worden. “Haha, voordat ik dat ben, kunnen er nog zoveel dingen tussenkomen. Vooral veel mensen, waar het niet past. Nee, als het me niet zal lukken goud te winnen, ligt het absoluut niet aan mijn fitheid. Dan is het toe te schrijven aan de race craft (het vermogen om anderen te passeren, red.) of pech.”
Zo heeft het er alle schijn van dat de olympische droomreis waaraan hij met zijn broer Melle zijn begonnen, een succesverhaal kan worden. Van ’t Wout was er vier jaar terug ook al bij, als een benjamin van TeamNL die zijn ogen goed de kost gaf. Wat hij in Milaan in anderhalve dag heeft beleefd, overtreft direct de herinneringen van Beijing. “Dit is meer wat Olympische Spelen moet zijn: die vrijheid, de mogelijkheid om te gaan en staat waar je wilt. China was een beetje een desert-achtige ervaring, want er viel niets te beleven. Wanneer we in de eetzaal komen, zien we allerlei atleten uit tal van landen. Bij heel veel denk ik hé, dat gezicht ken ik, maar wie het dan is? Geen idee. Verder heb ik de voorbije drie jaar veel schaatsers van de langebaan leren kennen, dat maakt het veel leuker.”
Eerste winst is binnen: iedereen kan nu klaverjassen
Om niet ten prooi te vallen aan de sleur tijdens een langer verblijf met TeamNL Shorttrack, zocht de begeleiding naar een leuk verzetje. Dat werd gevonden in de gezelschapsspelletjes. Favoriet, al dan niet licht opgedrongen, is het kaartspel klaverjassen geworden.
"We hadden een vrije ochtend en die hebben we gebruikt om allerlei spellen uit de kast te trekken. Een hoge toren bouwen met spaghetti-slierten, of met marshmellows, weet ik veel", vertelt bondscoach Niels Kerstholt na de training. "Dat was leuk en gezellig. Maar er is ook geklaverjast, door iedereen. Oftewel, we hebben alle rijders leren klaverjassen. Of het nou op z'n Rotterdams of Amsterdams werd gespeeld, maakte niet uit. Er is gekaart. Mooi voor de dynamiek in een team."
Broer Melle, straks debuterend in een olympische race, geniet minstens zo intens van het net begonnen verblijf in het atletendorp. Als een geboren contactmaker mengt hij zich al tussen de Canadese delegatie, per slot van rekening zijn tweede vaderland waar hij een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht. “Het is zo apart met al die nationaliteiten op te trekken. Ons trainingskamp in Bormio was geweldig. De natuur, het zonnige weer, de goede faciliteiten, alles maakte het een fijne periode, maar nu waan ik me een kind in een snoepwinkel”, vertelt de oudste Van ’t Wout die zich pas wil overgeven aan de ultieme olympische vibe zodra de selectie voor het eerst op de wedstrijdbaan mag trainen, aanstaande donderdag. “Dan rijden we in de arena van een super aangekleed, vet evenement. Overal om me heen zie ik die vijf ringen, ik probeer alles in me op te nemen.”
En ook vast te leggen trouwens. Melle produceert dagelijks vele video’s van wat hij beleeft; Jens heeft een zoals hij zegt ‘impuls-aankoop’ gedaan en een Leica fotocamera aangeschaft waarmee hij wat hij ziet in beelden vastlegt. “Vroeger bleef ik altijd thuis, omdat de sport het enige was dat me interesseerde. Sinds ik met Zoë ben, maken we zo nu en dan een uitje, zoals een weekendje naar Antwerpen. Melle is druk met video’s, ik neem foto’s. Hier ben ik er alleen nog niet aan toegekomen, maar dat zal snel veranderen. De mooiste? Ik denk een portret van Friso Emons, die is heel fotogeniek.”