Wie denkt dat Antoinette Rijpma-de Jong van jongs af aan uitsluitend met schaatsen bezig was, vergist zich. In huize De Jong draaide het in eerste instantie vooral om paarden. Liesbeth groeide ermee op, reed wedstrijden, waaronder grote concoursen. “Ik zat altijd tussen de paarden”, vertelt ze. “En de meiden deden vanzelf mee. Als je ergens aan begint, moet je het ook leren verzorgen.” Antoinette was vier toen ze begon met paardrijden. Haar vier jaar jongere zus Michelle volgde hetzelfde pad. Het gezin leefde het paardenleven: boxen schoonmaken, trainen, wedstrijden rijden.
Toch kwam daar al vroeg iets bij. Op een winterdag werd Antoinette als kleuter op houtjes gezet. Geen stoel, geen hulp. “Ze schaatste zo weg,” herinnert Liesbeth zich. “Dat was echt bijzonder.” Enkele dagen later stond ze op natuurijs aan de start van haar eerste wedstrijd. Ze deed meteen mee om de prijzen, keek zelfs nog even achterom om te zien waar de concurrentie bleef en werd daardoor ingehaald. “Daar leer je ook weer van,” zegt Liesbeth nuchter.
Jarenlang combineerde Antoinette twee sportwerelden, soms letterlijk op één dag. “Dan had ze een wedstrijd met de paarden in Leeuwarden, snel omkleden en door naar de schaatswedstrijd”, vertellen haar ouders. Het paste nét, maar makkelijk was het niet. Het gezin reed kriskras door Friesland, opa sprong bij om de meisjes naar de ijsbaan te brengen en thuis werd alles strak gepland. “Je doet dat omdat ze het zo leuk vinden. Dat voelt vanzelfsprekend."
Maar vanzelfsprekend bleek niet altijd houdbaar. Rond haar vijftiende moest Antoinette kiezen. De combinatie werd te zwaar, zelfs gevaarlijk. Na een bijna val op het ijs door vermoeidheid was het duidelijk. “Dit gaat niet meer”, zei ze zelf. De keuze voor het schaatsen was rationeel, ‘paardrijden kan later nog’, maar emotioneel zwaar. “Het heeft haar heel veel tranen gekost. Ze miste haar paarden verschrikkelijk”, zegt Liesbeth.
Die liefde is nooit verdwenen. Nog steeds loopt er een kudde paarden bij het ouderlijk huis waar Antoinette nu woont met haar man Coen; ze komt er graag. Maar rijden, zeker op jonge paarden, is te risicovol. “Dat vindt ze soms moeilijk”, leggen haar ouders uit. “Je aait ze, je staat erbij, maar je kunt er niet meer echt op zitten.” Het tekent haar karakter: volledig gaan voor een doel, ook als dat betekent dat je iets moet loslaten wat je intens liefhebt.
Bij schaatsvereniging HCH Heerenveen viel Antoinette al vroeg op en kwam ze terecht bij trainer Henk Gemser. “Wij kenden hem alleen van tv. Hij zag er licht in en voegde haar als jongste toe aan zijn groep. Ze was helemaal blij.” Er was alleen een probleem: Antoinette stond niet recht op haar schaatsen. Gemser maakte een filmpje zodat ze zichzelf kon zien. “Antoinette vond dat zó erg van zichzelf”, vertelt Liesbeth. Ze kreeg van Gemser een rondhouten plankje om dagelijks op te oefenen. “Ze was ontzettend fanatiek; een week later stond ze perfect recht. Bij Henk Gemser is het echt begonnen.”
Dat fanatisme zit in de familie. Beide ouders waren sportief en gedreven, maar zien ook verschillen tussen hun dochters. Michelle was technisch misschien nog iets begaafder, Antoinette vooral een 'vreter'. “Zij bijt zich vast,” zegt Liesbeth. “Op karakter komt ze heel ver.” Die mentaliteit werd extra gevormd door een moeilijke periode op de basisschool, waar Antoinette werd gepest. Ze vertelde er thuis weinig over, pas later kwam het verhaal echt boven tafel.
“Dat was verdrietig om te horen”, zeggen haar ouders. “Maar het heeft haar ook sterker gemaakt.” Die mentale weerbaarheid zien ze terug in haar races. “Dat laatste stukje vechten tot de streep, dat komt daar vandaan.” Het is ook de basis van de Antoinette Foundation, waarmee ze andere kinderen wil helpen die met pesten te maken krijgen. “Ze wil haar verhaal gebruiken om iets te betekenen. Dat vinden wij heel knap.”
Antoinette Rijpma-de Jong in haar jonge jaren
- Eerste keer op het ijs
Op een winterdag werd Antoinette als kleuter op houtjes op natuurijs gezet. Geen stoel, geen hulp. Ze schaatste zo weg. - Eerste vereniging/ eerste ijsbaan
schaatsvereniging HCH Heerenveen - Eerste coach
Henk Gemser - Liesbeth en Dirk hun wens
“Gewoon knallen. Gaan. Succes.”
Liesbeth vertelt openhartig dat ze Antoinette als kind misschien te lief heeft opgevoed. “Ze was altijd zorgzaam en begaan met anderen, maar in de topsportwereld moet je ook voor jezelf opkomen. In het begin dacht ik dat sociaal zijn mooi was, maar later zag ik dat ze voor zichzelf moest leren vechten. Het is een harde wereld. Ze heeft dat gelukkig stap voor stap geleerd, kwam steviger in haar schoenen te staan en leerde grenzen stellen."
De band tussen Antoinette en Michelle is warm maar nuchter. Geen onafscheidelijk duo, eerder twee zussen met hun eigen leven. Ze gunnen elkaar alles, ook als dat pijn doet. Wanneer ze tegen elkaar rijden, is dat voor de ouders het lastigst. “Je gunt het ze allebei. Er is altijd één winnaar en één verliezer.” De zussen zelf gaan er lichter mee om. “Van elkaar kunnen ze het beter hebben dan van een ander.”
Als ouders zijn Liesbeth en Dirk altijd dichtbij gebleven, zonder te sturen. Ze zwaaien vanaf de tribune, sturen een succes-appje voor de race en een berichtje erna. Geen druk, geen voorspellingen. “Vandaag ben jij beter, morgen een ander,” was altijd het motto. “Blijven feliciteren, bescheiden blijven: waarden die Antoinette en Michelle hebben meegenomen.”
Nu Antoinette uitkomt op haar vierde Olympische Spelen, zijn haar ouders opnieuw achter haar aan gereisd, dit keer met de auto richting Milaan. Met realistische verwachtingen. “Dat ze er weer staat, is al een prestatie. De rest is een cadeautje.”