Zoute tranen bevriezen niet, en dat is maar goed ook. Ronald Haasjes liet ze de vrije loop nadat hij in de finale van de vijfde wedstrijd van de Grand Prix in het Zweedse Luleå na honderd kilometer zijn medevluchters Ruben Verkerk, Crispijn Ariëns en Jeroen Janissen had geklopt. In de sprint was Haasjes de sterkste, de snelste en misschien ook wel de gretigste. Want de 29-jarige rijder van De Haan Westerhoff voelde dat dit misschien de kans was om een eind te maken aan het lange wachten.
Achter de streep viel hij in de armen van broer Christian. “Ik had tijdens de wedstrijd al gezien dat hij was uitgevallen, en dan is het zo mooi dat je dit samen kunt beleven.” Het was een viering vol emoties, want ook Christian Haasjes besefte dondersgoed wat deze zege voor zijn broer betekende. “Hij weet wat winnen is. Ik ben er vaak getuige van geweest en natuurlijk ben ik dan hartstikke blij voor Christian, maar je vraagt jezelf ook af of je dat ook nog eens gaat meemaken, of je ook nog eens als een winnaar op dat podium mag staan.”
Hij was vaak genoeg dicht in de buurt. Ronald Haasjes heeft een rijke historie als het gaat om tweede en derde plaatsen. Vorige maand nog, op de Weissensee. “Dan denk je dat het er misschien eindelijk van gaat komen. Maar nee, het was weer een derde plaats. Natuurlijk zijn er ook jongens die nooit op een podium staan, dus je moet er ook blij mee zijn, maar die honger om te winnen groeide alleen maar. Dat motiveerde me echt.”
Soms wordt hij er in de ploeg ook weleens mee gedold. “Vragen ze zich af of ik überhaupt wel kán winnen. Zelf word je er ook weleens wat cynisch van, maar ik ben er toch altijd in blijven geloven. Altijd blijven werken, fit blijven, gemotiveerd. Ik heb ook altijd gezegd dat ik pas stop met schaatsen als ik een wedstrijd heb gewonnen.” Ergens achterin het tentje van De Haan Westerhoff is iemand heel ad rem. “Dus je stopt nu?” Haasjes schiet in de lach. Nee, dat zal niet gebeuren.
Er is in Luleå wél een last van zijn schouders gevallen. Want onwillekeurig torste Ronald Haasjes die wel mee. Hij wist dat hij goed genoeg was om te winnen, dat wel. “Als je er zo vaak zó dichtbij bent, dan kun je gewoon ook winnen, klaar. En als ik kijk naar Christian, die heeft gewoon meer schaatstalent. Maar ik heb meer talent om hard te trainen. En je weet, als je hard traint en er altijd maar voor gaat, dan komt het een keer. Tijdens deze koers heb ik niet per se gedacht ‘dit wordt hem’. Maar op een gegeven moment kwam ik wel in een heel goede situatie, vooral dankzij het werk van een heel sterke Mats Stoltenborg. Dan wil je het afmaken, wil je die kans pakken. Voor jezelf, maar ook voor de ploeg. Dan kan ik nu nog steeds niet geloven dat ik nog een wedstrijd mag winnen op natuurijs. En ook nog zo’n zware koers. Onvoorstelbaar. Ik ben er écht heel blij mee.”
En dat op een dag waarop hij wakker werd met hoofdpijn en nog chagrijnig was van de koers de dag ervoor. “Die hoofdpijn heb ik nog steeds, maar het chagrijn is wel weg. We lieten ons gisteren echt overklassen in de sprint en dat zat me niet lekker. Gisteravond hebben we het daar aan tafel ook nog over gehad, dat we gemotiveerd moeste blijven en dat we gewoon met vijf sterke rijders zijn. Dat hebben we vandaag laten zien.”
In een koers die vanaf het begin slopend was, draaide het uit op een kopgroep van vier. Haasjes berekende daarin zijn kansen. “Ik zag dat bij Jeroen Janissen het beste eraf was. Ruben Verkerk reed voor het podium, die zou al heel blij zijn met zilver. Bleef over Crispijn Ariëns als gevaarlijkste man. Ik weet dat ik sneller ben, maar je moet het wel doen. Ik heb Ariëns uit de tent gelokt en ben er vol overheen gegaan. Het was allemaal op het tandvlees, maar ik wilde het niet laten gebeuren dat ik hier wéér tweede werd.”
Vervolgens kwam er jaren opgekropt verlangen in één keer uit. “Ja, dat was wel een ontlading. Ik heb geschreeuwd alsof mijn leven er vanaf hing. Dan staat Christian achter de finish op me te wachten, ook al met de tranen in zijn ogen. Dat is fantastisch, niet te beschrijven. Dat dit mij nog eens mocht overkomen, daar ben ik echt heel dankbaar voor.”
Hij deed dat bovendien toch nog in het pak van De Haan Westerhoff, de ploeg die hij na dit seizoen verlaat. Ronald Haasjes lacht. “Ook grappig. Ik zei steeds dat ik absoluut nog eens wilde winnen. Bij deze ploeg riepen ze allemaal dat ik dat dan wel dit seizoen moest doen, bij mijn nieuwe ploeg De Graaf Arbeidsrecht vonden ze dat ik maar moest wachten tot volgend seizoen.”
Het werd dus dit seizoen, in het pak dat hij nog twee wedstrijden kan dragen. “Dat vind ik fantastisch. Ik heb zo’n band met Piet Hijlkema. Dat gaat al vijf, zes jaar terug naar Bouwselect. Hij heeft me altijd gesteund, heeft altijd gezegd dat het voor mij ook een keer komt. Dat ik hem dan dit nog als een soort cadeautje mag geven, betekent echt heel veel voor me.”