Met wanhoop in de ogen keek Esther Kiel naar de officials tijdens de huldiging. Moest ze nou écht nog een keer het podium op om het jasje van de leider in het klassement aan te trekken? “Ik heb het zo ongelooflijk koud”, kon ze nog net uitbrengen. Ze werd – terecht – gespaard. Jasje in de handen, even zwaaien voor de foto en als de bliksem terug naar de tent, waar ze zich pontificaal voor een enorme slang met warme lucht nestelde in een poging het lijf weer enigszins op temperatuur te krijgen.
“Ik heb er tijdens de wedstrijd helemaal niet zo’n erg in gehad”, verklaarde Kiel, die op de streep Janne Berkhout en Tessa Snoek achter zich wist te laten. “Op de Weissensee hadden we ook al zo’n koude koers en op zich heb ik het nu niet veel kouder gehad dan toen. Maar toen we eenmaal klaar waren, had ik het echt alleen maar koud.”
Niet heel gek natuurlijk, want het was absoluut bitterkoud op het ijs van de Södrahamn van Luleå, waar in de vroege ochtend nog een temperatuur van 27 graden onder nul op de thermometer stond. Zo kou was het niet meer toen de vrouwen het ijs opstapten voor hun race over veertig kilometer, maar ruim onder de min tien was het zeker. Dan is elke wedstrijd een echte test, ook al is het ‘maar’ een sprintkoers.
Esther Kiel bevestigde ook onder die omstandigheden wat we eigenlijk al een beetje wisten. Zweden is zo ongeveer de habitat van de rijdster uit de ploeg van Puur ICT-BTZ, die daar al zo vaak succesvol was. Kiel blaast even warme lucht in haar handen, “Misschien is het wel zo dat natuurijs op zich mijn habitat is”, stelt ze. “Maar vandaag was het naast heel koud toch ook vooral heel moeilijk. Met wind mee kwamen ze van alle kanten. Ik ben echt heel blij dat dit genoeg was.’’
Dat het na veertig kilometer uitdraaide op een sprint, verbaasde op zich niemand en zeker niet Esther Kiel. “Het was een echt sprintkoers. Er gebeurde niet heel veel en het peloton brak zeker niet.” De Noord-Hollandse had als ploeggenote alleen Veerle van Koppen aan haar zijde. Dat was genoeg. “We zijn allebei sterk op natuurijs en dat zag je ook. We werden veel aan het werk gezet door andere ploegen die vooral naar ons keken, maar dat was prima.”
Op de streep was het verschil met Janne Berkhout desondanks minimaal: slechts twee honderdsten. “Eerlijk gezegd dacht ik dat de winst voor Janne was. ‘Jammer, net niet genoeg’, flitste het door mijn hoofd. Maar het was gelukkig net wél genoeg.”
Net genoeg voor Esther Kiel was uiteindelijk toch net te weinig voor Janne Berkhout. Maar om te zeggen dat er een doodongelukkige rijdster op het bankje in de tent van Team Wokke zat, nee, dat zeker niet. Berkhout jubelde met haar ploeggenoten en haalde nog even een knuffel bij haar aanwezige ouders. Ze wist bovendien al hoe het is in Zweden op het podium te staan. “Vorig jaar stond ik hier voor het allereerst op een podium, toevallig ook in de sprintkoers. En nu ben ik zelfs nog een plekje opgeschoven’’, zag de schaatsster uit Hauwert nog een lichtpuntje, terwijl ze bekende toch een wat dubbel gevoel te hebben. “Aan de ene kant ben ik heel blij dat ik op het podium sta, aan de andere kant: als je zó dichtbij bent, dan wil je ook winnen.’’
Berkhout werd bovendien voor het eerst geconfronteerd met de diepvries die Luleå kán zijn. “Zo koud heb ik het nog nooit gehad tijdens een wedstrijd”, verzuchtte ze. Berkhout sprak haar complete garderobe met warme kleding aan. “Colletje, hoofdband, thermo’s, en de plakkers op mijn gezicht. Mijn jasje heb ik wel snel uitgedaan. Maar deze omstandigheden heb ik nooit meegemaakt.” Ze lacht even. “Gelukkig heb ik wel geleerd van de Weissensee, waar het vorige maand ook koud was. Toen reed ik nog met een neuspiercing is. Die heb ik deze keer maar thuisgelaten.”
In het klassement veranderde bij de vrouwen uiteraard niet zo heel veel. Esther Kiel gaat met een straatlengte voorsprong aan de leiding, gevolgd door ploeggenoten Veerle van Koppen. Tessa Snoek bezet de derde plaats.