De eerste verzorgingspost staat even voorbij de start/finish, het is een drukte van belang met publiek, toerrijders en ook de marathonschaatsers stappen daar op het ijs voor hun trainingsrondjes. Aan de andere kant van het meer, qua kilometers op de helft van het uitgezette parcours van 12,5 kilometer, is verzorgingspost twee.
Deze post heeft wat weg van een stamcafé. Twee barmannen vullen de bekers met warme sportdrank, koffie en thee aan die af en toe in een rap tempo worden leeggedronken. Voor wat extra energie liggen er gepelde bananen, ontbijtkoek, krentenbrood en rozijnen klaar. Naast de bar staat een picknicktafel met een bankje, 'het terras' om even bij te komen. Een aantal stamgasten komt elke ronde weer langs.
Hans Bergsma uit Lemmer staat bij de bar, neemt de tijd voor zijn drankje en hapt ondertussen wat brood weg. "Het is de bedoeling dat ik de tweehonderd kilometer ga rijden, of ik het haal weet ik nog niet", zegt Hans. "Ik vond het een heel leuk eerste rondje in het donker. Wel spannend, want je ziet niks. Mijn lampje deed het niet zo goed, dus ik moet lampjes van anderen gebruiken."
Het is zijn derde keer op de Weissensee maar de vorige keer was in 1997. "Ik ga gewoon proberen of het nog een keer lukt om 'm uit te rijden. Nu kan het nog. Ik ben zestig dus als ik het wil doen, moet ik het nu doen anders lukt het echt niet meer. Ik zit bijna op 125 kilometer. Hopelijk ga ik het redden, maar ik beloof niks", zegt hij met een lach.
Koek & zopie
Op het terras is Monique van Oostenbruggen neergestreken op het bankje. De 46-jarige Utrechtse heeft vier jaar lang in de koek & zopie tent gestaan bij de start/finish. Ze werd overgehaald om ook een keer zelf mee te doen aan de toertocht. "Ik heb mij ingeschreven voor de tweehonderd omdat ik met de hele groep wilde starten, we zijn met z'n zessen. Maar ik heb honderd in mijn hoofd zitten. Als ik deze ronde af heb, zit ik op 75 kilometer. Ik heb nog tot kwart voor vijf voor mijn laatste ronde maar mijn benen willen niet zo goed dus ik heb heel benieuwd hoe het uitpakt."
Elke ronde maakt Monique een pitstop bij beide verzorgingsposten. Ze heeft het zwaar en weet ook hoe dat komt. "Ik ben vanochtend twee keer heel hard gevallen. Een keer in het donker en een keer op m'n achterhoofd. Nu zit de schrik erin dus iedere keer als je denkt dat je gaat vallen, verkramp je. Dat schaatst niet relaxed." Desondanks geniet Monique wel haar eerste keer als toerrijder. "Het is mooi weer, buiten zijn vind ik heerlijk. Ik doe rustig aan en maak kletspraatjes met iedereen. Allemaal sportieve en blije mensen die hetzelfde leuk vinden. Vooral de oudere mensen vind ik bewonderenswaardig."
Even later komt Sofia Schilder aan geschaatst. Ze is twaalf jaar oud en komt uit Hoogwoud. "Ik ga tweehonderd kilometer rijden", klinkt het overtuigend. "Het leek mij leuk om dit te doen en tot nu toe gaat het goed. In het donker was het wel even moeilijk om te schaatsen maar pappa heeft mij geholpen. Dit is mijn tiende rondje dus als wij bij de finish zijn, is dat 125 kilometer."
Lef
Sofia's twee jaar oudere zus Laura rijdt ook rond op het meer. Voor vader Lou is het de achtste keer. "Haar zuster heeft de tweehonderd kilometer al een keer uit gereden dus daar komt het ook een beetje door. De jongste heeft altijd iets meer lef, ha. We gaan het proberen", zegt Lou terwijl hij zijn bekertje in de prullenbak gooit. Op naar de volgende ronde.
Rosalie Botman (65) uit Zeist en Hans Lippmann (69) uit Den Haag kwamen elkaar twee jaar geleden tegen tijdens hun toertocht. "In 2016 zag ik na veertig kilometer een dame met een mooi rood jack. Dat was Rosalie", begint Hans. "Wij kenden elkaar niet, maar zijn samen gaan rijden en hebben steeds van kop gewisseld. Dat hebben we zo lang mogelijk volgehouden maar Rosalie had nog nooit honderd kilometer gereden. Bij zeventig kilometer ging het kopje een beetje omlaag." Hans verrichte vervolgens het meeste kopwerk, na 125 kilometer stopte Rosalie en hij ging nog door tot 150 kilometer. Vorig jaar had Hans zijn zilveren jubileum: 25 jaar Weissensee.
"Dit jaar hadden we weer afgesproken. Hans mailde mij om te vragen of ik weer naar de Weissensee ging", vertelt Rosalie. "We gingen allebei de derde toertocht rijden, vandaag dus. Vanochtend hadden we elkaar nog niet gevonden, pas na drie ronden kwamen we elkaar tegen bij deze verzorgingspost. Bij het wc'tje kwam hij naar mij toe en zei 'we gaan weer samen!'." De man van Rosalie schaatst ook de tweehonderd kilometer maar gaat net te hard voor haar om bij te houden. De vrouw van Hans staat als toeschouwer langs de kant met bananen. "Thuis hebben we er een grapje van gemaakt", zegt Hans. "Ik heb gezegd dat ik ging daten op de Weissensee." Ze schieten in de lach. "De date is gelukt! Volgend jaar gaan we weer", zegt Rosalie.