“Ik ben gewoon heel blij dat ik het gehaald heb”, zegt De Vries na afloop van zijn recordrace. De vermoeidheid valt volgens de 32-jarige Fries nog wel mee. “Maar mijn spieren zijn gewoon allemaal verkrampt”, zegt hij. “Ik heb last van mijn rug. Dus ben nu wel even kapot.”
Dat het een zware recordpoging zou worden was voor De Vries geen verrassing. “Een uur lang diep moeten zitten is al niet te doen”, zegt hij. “Als je er dan ook nog tempo in moet houden, dat is echt pittig.” Last van zijn longen heeft hij daarentegen niet gehad. “Dat was nog wel te doen”, zegt hij. “Maar je wordt gewoon steeds stijver en minder soepel.”
Lange tijd reed de rijder van Team LottoNL-Jumbo in overwegend 33'ers zijn rondjes op het ijs van de Olympic Oval. “Tot de helft ging het goed”, zegt De Vries. “Alleen de laatste dertig rondjes kreeg ik het echt zwaar. Toen begon ik een beetje kramp te voelen.”
“Daar was ik wel een beetje bang voor”, vervolgt hij. “Dan sta je geparkeerd en dan kan je wel gaan fluiten naar dat record. Ik ben blij dat het gewoon net goed bleef gaan, dat ik het kon volhouden.”
Toen zijn voorsprong opliep richting de dertig seconden werd het voor De Vries langzaam duidelijk dat hij het record niet meer uit handen ging geven. “Dan heb je gewoon een ronde extra met nog dertig ronden te gaan”, zegt hij, “en één seconde per ronde verliezen op dat schema, dat ging niet gebeuren.”
In een vlak schema, bestaande uit voornamelijk rondetijden van 34 seconden reed hij vervolgens naar het nieuwe record. “Op het einde had ik nog wel iets harder willen rijden”, zegt hij. “Maar de laatste vijfentwintig ronden ging ik wel de 34'ers in. Ik had last van mijn rug en dan zit die snelheid er niet meer in. Voor vandaag was dit wat ik kon.”
Tijdens zijn werelduurrecord-race werd De Vries bijgestaan door assistent-coach Bjarne Rykkje. “Hij laat zien welke ronde ik klok”, zegt De Vries. “Of het het schema is dat we hadden bedacht en hij gaf aan hoelang ik al gereden had. Door al die informatie wist ik wat ik nog moest doen en hoe ik ervoor stond." Volgens De Vries is het allemaal niet heel veel anders dan een langebaanwedstrijd. "Het duurt alleen veel langer", lacht hij.
Tijdens de race van een uur lijkt er veel ruimte te zijn om over van alles na te denken, maar niet voor De Vries. “Bocht versnellen, rechte stuk ontspannen, bocht weer versnellen, dat denk je de hele tijd”, zegt hij. “Ik blijf altijd wel gefocust, ik dwaal niet helemaal af.”
Vorige week maakte De Vries op hetzelfde ijs nog zijn debuut op het WK Allround. De berichten over het ijs waren toen niet al te positief. “Nu was het ijs gewoon goed”, zegt De Vries. “Het was hard en het gleed lekker. De luchtdruk was niet super, maar dat heb je niet helemaal in de hand.”
Dat de recordpoging in Nederland veel heeft losgemaakt is ook De Vries niet onopgemerkt gebleven. “Ik heb nog nooit zoveel mensen gehad die mij succes wensten”, zegt hij verwonderd. “Ik heb zoveel berichten gehad.”
Dat veel mensen de recordpoging wilden volgen werd duidelijk toen de livestream online ging. “We hadden het heel leuk geregeld met livestream en tijden, maar daar was zoveel interesse dat de site er meteen uit lag”, zegt De Vries. “Dat is wel heel erg jammer, want dat hadden we leuk voor elkaar, maar hij kon het niet helemaal aan.”
Op de vraag of hij dit record ooit nog een keer gaat aanvallen durft hij zelfs direct na de zware uurtocht stellig: “Ja, dat kan wel” te antwoorden. “Dit was nog niet de ultieme poging”, vervolgt hij. “Ik ben de laatste paar jaar pas langebaanschaatser, dan maak je toch veel minder uren dan een marathonrijder, dat merk je nu wel een beetje.”
“Als ik het nog een keer doe en ik heb wat meer ruimte om daarvoor te trainen, dan kan het nog wel harder”, besluit hij.