Dat ze zo dicht bij Ireen Wüst kwam was een grotere verrassing, vooral omdat ze het aanvankelijk niet doorhad. “Ik wist het niet. Ik heb nog wel een rondje uitgereden voordat ik zag dat ik maar een honderdste langzamer was. Ik baalde op dat moment vooral van de laatste twee rondes.”
Die laatste 800 meter waren naar De Vries’ zin te langzaam gegaan. Ze ging van 32,7 naar 33,7 en 34,3. Dat was een te groot verval, vond ze. Daarbij maakte ze nog wat foutjes. “Het was geen vlekkeloze race.”
Net als Wüst en Voorhuis ervoer De Vries dat de omstandigheden in Tsjeljabinsk zwaar zijn. “Het lijkt bijna alsof we op hoogte rijden. In eerste instantie gaat het best goed en dan wordt het ineens zwaar, maar daar hebben we het allemaal maar mee te doen.”
Met haar tijd werkte De Vries zich op naar de derde plaats in de tussenstand, een plek die ze met hand en tand wil verdedigen. “Ik ga zó hard mijn best doen om op die plaats te blijven”, benadrukte ze.
“Je kan altijd hopen op meer, maar als ik blijf staan ben ik al heel tevreden. Ik moet dan alsnog keigoed rijden”, stelde ze vast. En om de goede vorm voor zondag vast te houden haastte ze zich naar de trainingshal om uit te fietsen.