Met Douwe de Vries, Arjan Stroetinga en Frank Vreugdenhil bereikte Team Nederland vrijdag de tweede plaats op de team pursuit in Thialf. “Harder ging het niet”, stelde De Vries na afloop. Die conclusie trok bondscoach Geert Kuiper ook. “Ze hebben naar behoren gereden. En het ging al een stuk beter dan vorige week in Berlijn toen deze drie voor het eerst samen reden.”

“We wilden vandaag graag winnen omdat we dan ook het World Cup-klassement zouden hebben gewonnen. Maar daarvoor moest alles kloppen”, stelde Kuiper. “We waren uiteindelijk wel twee seconden sneller dan in Berlijn, maar het was nog een beetje rommelig. Maar stel dat we nog één keer meer hadden kunnen rijden dan hadden we wellicht kunnen winnen.”

Toch kon Kuiper niet anders dan de winnaars van de dag een pluim geven. “Vooral grote complimenten aan Seung-Hoon Lee die op het eind die Koreanen nog even goed op sleeptouw heeft genomen.”

Omdat het de laatste achtervolging in de World Cup was werd meteen het eindklassement opgemaakt. Ook daarin was Nederland tweede, achter Zuid-Korea. Daarmee heeft het team op de WK Afstanden zich verzekerd van de laatste rit, tegen Zuid-Korea. Die laatste rit was het doel van de campagne in de World Cup, aldus Kuiper.

“Het ging ons om de startpositie op de WK. Nu we als tweede zijn geëindigd mogen we in de laatste rit en kan ik heel precies coachen. We weten dan tenslotte de tijden die zijn gereden al.”

Het wordt voor Kuiper nog een aardige puzzel om de ploeg voor de WK Afstanden samen te stellen. “Vanaf nu gaan de rijders weer allemaal individuele routes volgen. En het hangt af van de beschikbaarheid van rijders of ik ze in kan zetten.”

Een beperkende factor daarbij is het programma van de WK Afstanden waar de team pursuit is gepland tussen de 1500 meter en de 5000 meter. “Dat is nadelig”, stelde Kuiper. “Het zou kunnen zijn dat dat voor sommige rijders te veel van het goede is en daar zal ik dan op moeten anticiperen.”

In zijn voorbereiding op de WK kan Kuiper terugvallen op een aantal conclusies die onder leiding van Arie Koops in de voorbereiding op Sotsji zijn getrokken. “Arie heeft de basis gelegd voor de team pursuit. We zijn veel te weten gekomen over hoe zijn race het beste op te bouwen is. Die basisprincipes, bijvoorbeeld dat je je sterkste rijder het beste kan laten starten omdat die start behoorlijk zwaar is, gelden nog steeds.”

Grofweg heeft Kuiper twee mogelijkheden in het formeren van een team. Hij kan uitgaan van een vooraf uitgewerkte strategie en daar de meest geschikte rijders bij zoeken of kijken welke rijders er beschikbaar zijn en daar de best mogelijke tactiek op afstemmen.

“De keus is: of je neemt een combinatie die al gewend is om veel met elkaar te rijden of je neemt een combinatie van rijders die dat niet heeft gedaan, maar daar zal je veel meer tijd moeten nemen in de voorbereiding. De eerste keuze kent een gemakkelijkere aanloop”, gaf Kuiper toe.

Toch kan en wil Kuiper de mogelijkheid van een nieuwe combinatie niet uitsluiten. “We hebben nu ook laten zien dat het loont om met elkaar te oefenen. De tweede keer ging al significant beter dan de eerste keer. Dat is een wijze les.”

Kiezen voor het gouden olympische team met Sven Kramer, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen wil Kuiper ook niet. Hij is afhankelijk van de beschikbaarheid van die mannen, maar wil ook de ploeg van Berlijn en Heerenveen niet afschrijven. “Die jongens hebben inzet getoond en goed gereden. Zeker ook Douwe, die was de motor van de ploeg.”