De blijdschap spatte van haar gezicht toen De Neeling van het middenterrein van IJsbaan Twente afkomt. Ze had zich met de vijfde tijd op de 1500 meter verzekerd van een startbewijs voor de World Cups. Of dat zou lukken was tot de laatste rit maar de vraag. “Het was heel spannend”, gaf ze toe.

Die spanning kwam bovenop de zenuwen die ze al een week lang voelde. “Ik was de hele week al ontzettend zenuwachtig. Het leek wel alsof mijn linkerschaats rechts zat en mijn rechterschaats links. Donderdag nog stond ik te bibberen op mijn benen.”

Toch wist De Neeling op de dag dat het moest zichzelf weer onder controle te krijgen. “Ik heb tegen mezelf gezegd: ‘hier doe ik het voor, ik ga het doen’”, vertelde ze. “Vandaag wist ik: het wordt mijn dag.”

De ontlading was desondanks groot, want daar waar De Neeling vorig jaar als volslagen verrassing World Cups 1000 meter mocht rijden, had ze zich voor dit weekend veel concretere doelen opgelegd: ze wilde de wereldbeker weer halen. “Ik had nu mezelf veel meer druk opgelegd.”

Daarbij kwam ook het gevoel dat zij, in het geel-zwart van Jac Ories sterrenformatie LottoNL-Jumbo, dit seizoen niet zomaar wat aan kon knoeien. “Het is verschrikkelijk leuk om in zo’n ploeg te rijden, maar dan wil je ook wat laten zien.”

De Neeling versloeg ook Ireen Wüst en ze verwacht niet dat de Brabantse nog aanspraak zal maken op een aanwijsplek. Dat zou dan ten koste gaan van De Neeling. “Ik denk niet dat dat gebeurt, want ze heeft gewoon meegereden”, stelde ze vast.

Daarbij was De Neeling vol lof over de wedstrijdinstelling van Wüst. “Als ik drie weken geleden was gevallen dan had ik nu ook achteruitgereden. Ik heb heel veel respect voor Ireen dat ze hier wel was. Ik vind dat heel dapper.”