Dat gebeurt dus niet in het zo goed als uitverkochte IJssportcentrum van Tilburg waar de fans van de attractieve snelheidssport zijn getrakteerd op een ware medailleregen voor TeamNL. Zoals verwacht is de vijf kilometer lange apotheose uitgedraaid op een duel tussen de Nederlandse aflossingsploeg en de uittredend kampioen Italië. Spannend tot in de laatste bocht, maar daar heeft kopman Jens van ’t Wout – ongenaakbaar in de individuele nummers – begrepen dat de enige gelijkwaardige tegenstander op wie hij een paar keer is gestuit gedurende het weekend niet meer is te verschalken. Pietro Sighel besluit de race zoals van hem mag worden verwacht: als de betrouwbare poortwachter die de deur stijf dichthoudt.
Regaeert het stadion in mineur? Welnee, want er doet zich nog een prachtig extraatje voor dat menig bezoeker tranen in de ogen of op de wangen bezorgt. Dit EK betekent ook officieel het einde van de carrière van de man die volgens vaste speaker de belichaming is geweest van de sport in onze contreien. “Shorttrack was Sjinkie Knegt, en Sjinkie Knegt was shorttrack”, brult Jan van der Meulen bij herhaling naar de toeschouwers die deze toegift van de show graag willen meemaken. “Hij is de grootste aller tijden in ons land”, verzekert de man aan de microfoon, voordat hij technisch directeur van de KNSB, Remy de Wit, een kruiwagen lovende woorden over de zichtbaar ontroerde Fries laat uitstorten. Als uitsmijter krijgt de kunstenaar op schaatsen de gouden bondsspeld van De Wit uitgereikt
Knegt was het liefst nog als relay-virtuoos van TeamNL afgereisd naar de Spelen, maar zijn lijf protesteert al de gehele winter. Daarom haakt hij nu af om na te denken wat hij met de rest van zijn leven wil, en krijgt hij het verdiende vaarwel in een omgeving die hem het best past. Zijn ploeggenoten, oude teammakkers, stafmensen en familieleden staan als een erehaag achter hem opgesteld. Ze klappen nog een keer snoeihard in hun handen voor de vijfvoudig wereldkampioen, de eerste olympisch medaillewinnaar op shorttrackgebied en zo zijn er nog allerlei indrukwekkende statistieken op hem van toepassing.
Knegt reageert, voordat hij een een ereronde mag beginnen, met betraande ogen en een gebroken stem: “D’r is zojuist over me gezegd dat Sjinkie Knegt shorttrack is geweest. Ik denk dat ik dit voor altijd blijf, want dit is mijn sport.” Het is kort en krachtig. En het verdringt sowieso dat akelige gevoel van die relay, waarop hij in topvorm wellicht dat ultieme wondertje zou hebben verricht in de slotfase.
Niet dat zijn beoogde opvolger Van ’t Wout nog zoveel heeft te leren op dat vlak. De import-Fries uit Sintjohannesga wordt door de kenners al nagewezen als de aanstaande ster van het circuit. Als we mogen afgaan op de EK-oogst (goud op de 500, 1000 en 1500 meter, goud op de mixed relay en zilver op de mannen-aflossing), kan dat kloppen. Wat ook als een paal boven water staat, is dat de komende maand veel meer een examen is dat beter dan een slap bezet EK zal vertellen hoe fenomenaal de twintiger kan acteren op het ijs en met gevreesde opponenten.
De capaciteiten heeft-ie in overvloed, zo bewijst hij keer op keer; het is nu zaak honderd procent fit en mentaal gereed te worden voor het olympisch toernooi. “Wat ik hier heb gedaan, is zo goed mogelijk racen”, vertelt hij na de relayfinale waarin het team naast het goud heeft gegrepen vanwege wat wissel-experimentjes onderweg. Lachend: “Nee, dis is geen pieken geweest, verre van. Ik heb me veel beter gevoeld dan onlangs op het NK, maar om straks in Milaan écht op m’n best te zijn moet er nog het nodige gebeuren. Wat ik tijdens het EK heb gedaan, is bepaalde dingen uitproberen. Wat precies, dat zul je me niet horen zeggen”, klinkt het speels geheimzinnig. Oké, wat hij wel wil verraden is dat het hem goed heeft gedaan dat hij weer meer in de groep ('In the pack') heeft gereden dan op kop te hebben liggen beuken. “Daar moest ik opnieuw aan wennen, en dat is geslaagd te noemen.”
Goud weggegeven. Ach, het interesseert Van ’t Wout niet zoveel. “Als ik Sighel zo meteen maar kan voorblijven.” Er is alle reden toe dat te veronderstellen, oordeelt bondscoach Niels Kerstholt. De Utrechter erkent (als enige) ruiterlijk dat hij baalt van het zilver in de relay. “We zijn het voorbije weekend inderdaad bezig geweest om van alles uit te proberen. Niettemin wilde ik wel winnen. Dat hebben we veel gedaan en dat zorgt voor vertrouwen. We kunnen het. En we hebben de nodige puntjes op de i gezet, dat was eveneens een doel”, aldus Kerstholt.
Een aspect is dus de wissel van Van ’t Wout op Itzhak de Laat. Eerstgenoemde zou De Laat – die nog in de wachtkamer van de Spelen zit omdat Daan Kos de beoogde, maar nog niet geheel fitte vijfde rijder van Oranje is – steeds moeten lanceren met een ferme duw. “Dat is niet een keer gelukt”, concludeert Kerstholt. “We oefenden met Itzhak omdat de kans reëel is dat hij toch meegaat naar Italië, zo tracht hij de vraagtekens weg te nemen over het experiment met de routinier. “Er zijn overigens in de relay veel meer dingen niet goed verlopen. Daarom is het handig dat we zo aan het proberen zijn geweest.”