Het gat met Martina Sablikova en Ireen Wüst was groot. Op elke afstand moest ze tijd toegeven en dat leverde haar uiteindelijk een achterstand van 2.34 punten op Sablikova en 1.65 op Ireen Wüst. Vertaald naar de 5000 meter zijn dat respectievelijk ruim 23 en 16 seconden.

Toch denkt de jonge Friezin dat ze die achterstand de komende seizoenen kan goedmaken. “Ik denk dat ik nog een of twee jaar nodig heb”, zegt ze. “En dan kan er wat moois uitkomen.”

Belangrijk daarbij is dat ze zich niet wil forceren. Ze wil zich niet blindstaren op die ambitie, maar rustig werken aan haar ontwikkeling. “Je moet niet te graag willen. Het moet vanzelf komen.”

Dat principe gaat niet alleen op voor haar toekomst, maar ook voor haar eigen rijden. Op de 1500 meter van zondag hield ze zich er niet helemaal aan. “Die was te gehaast. Dit jaar gaat de 1500 meter helemaal niet zo heel goed. Ik moet meer rust vinden.”

Op de vijf kilometer vond ze die rust wel en reed ze met 7.04,04 naar een prima derde plaats en het brons in het eindklassement. Alle plannen voor de toekomst en de kritische noot over de schaatsmijl daargelaten was ze daar bijzonder tevreden mee. “Dit was nu het hoogst haalbare.”