Het tekent de strijdlust van De Jong. Hij gaat in Sotsji voor goud en niets minder. Met zilver of brons wil hij geen genoegen nemen. "De kans dat ik goud win is groot. Ik voel me goed. Ik weet wat ik kan. En op dat moment zal ik rijden voor wat ik waard ben", zegt hij.
Omdat hij internationaal nog geen tien kilometer heeft gereden dit seizoen – BAM sloeg de World Cup in Astana over – zal De Jong vroeg in het rittenschema in actie komen. Aan zijn tegenstander zal hij weinig hebben. Dat deert hem niet. "Ik moet mijn eigen rit rijden. Ik moet rustig blijven en dusdanig hard schaatsen dat de rest er niet aan kan komen. Ik heb dat vaker gedaan."
De Jong is al bijna twee weken in Sotsji, maar kwam nog niet in actie. Zijn tien kilometer staat pas op dinsdag op het programma. Om de tijd te doden en de drukte van het olympisch dorp te ontvluchten ging hij vijf dagen naar de bergen achter Sotsji, naar het gebied waar de sneeuwsporten plaatsvinden. Hij nam zijn intrek in het huis van de Nederlandse snowboarders, skiërs en bobsleeërs.
Het uitstapje is De Jong goed bevallen. "Ik ben even weg geweest en dat was heerlijk. Ik was even weg van de hectiek hier tijdens de hoogtijdagen met alle medailles. Het was mooi om daarboven even rustig rond te kunnen kijken. Ik heb even een frisse neus gehaald."
Het viel De Jong op dat hij onderweg naar het olympisch bergdorp een ander land te zien kreeg dan in het gebied rondom de Adler Arena. "Hier heb je niet het idee dat je in Rusland bent. Je bent hier in een soort andere wereld."
Nu De Jong terug is komt het besef dat zijn olympische tien kilometer steeds dichterbij komt. "Nu voel ik het: het komt eraan. Ik loop nu al met wat spanning. Dat is lekker."
Terwijl hij in de bergen zat kreeg De Jong wel mee hoe uitzonderlijk de Nederlandse schaatsequipe presteerde. "Het is ongelooflijk hoe Nederland gepresteerd heeft. Het is niet zo dat de buitenlanders langzaam rijden, maar de Nederlanders rijden gewoon heel hard. Ik had dit niet verwacht."