Ze springt omhoog, draait om haar as. En valt op het ijs. Onweer dreigt, vertelt de gezichtsuitdrukking.
Daar komt ze opnieuw, zet aan, gaat de hoogte in, al roterend. En knalt deze keer keihard onderuit. Als blikken konden doden, was die ene toeschouwer er nu geweest.
Het wordt eentonig. Weer achteruit aanrijden, afzetten, gecontroleerd door de lucht vliegen. En roetsj, plat op het ijs. Nog harder dan zojuist. Een hoofd als een oorwurm die moet huilen. Maar oorwurmen janken nooit. Wat wel zeker is: ze heeft er genoeg van op deze middag. Meer dan. Wat een dramatische training.
Snel vergeten. Dat kan Niki Wories gelukkig ook, na zo’n klein uur waarin ze weer eens merkt hoe ongelooflijk gecompliceerd kunstschaatsen kan zijn. “Het is niet voor het eerst dat het zo verrekt k#*t is gegaan hoor”, klinkt het droogjes in de nagenoeg lege kantine van de ijsbaan in Breda, terwijl ze begint te glimlachen. “Het is soms zo raar”, zegt ze, terugdenkend aan de korte kür die ze deze middag een keer volledig achter elkaar heeft geprobeerd - en foutloos. “Dan gaat de muziek van start, schakel ik alle negatieve gedachten uit en lukt vervolgens alles. Als me dat in Praag ook overkomt…”
Dan rijdt ze een heel behoorlijk wereldkampioenschap. Het eerste weer in tien jaar: in 2016 schaatste ze zich als 19-jarige tussen de elite door de finale te bereiken. Mooie tijden voor de tiener van toen die sindsdien een aaneenschakeling van pieken en dalen heeft beleefd, zowel sportief als privé. Dat ze na die periode nog steeds op de ijzers staat, zoekend naar het beste van zichzelf en hopend op een gunstig oordeel van juryleden, zegt veel. Liefde voor de sport wint vaak. Goed, nog een aardige statistiek: van de 38 deelnemers destijds in Boston is alleen Wories nog van de partij in maart 2026.
Roerend in een kop thee kijkt ze terug op het seizoen dat ze ondanks weinig hoogtepunten bevredigend noemt. Gefrustreerd door de afwijzing om een ultieme kwalificatiekans te krijgen voor de Winterspelen van Milaan is ze in september 2025 naar Beijing gevlogen. Daar was iedereen die zich niet geplaatst had, maar nog wél in de running was. Het werd een complete afgang. Toch heeft ze ervan geleerd, in mentaal opzicht. “Je kunt je emoties niet uitschakelen en denken oh dat in China is nooit gebeurd. Uiteraard voelde ik de angst, bijvoorbeeld op het EK in Sheffield, om opnieuw zo te falen. Ik reed een foutloze korte kür, maar moest wel daarna naar huis. Het blijft een jurysport. Dat hebben we ook gezien op de Spelen, met Daria Danilova en Michel Tsiba. Zij reden ontzettend goed en haalden de finale desondanks niet. Dat klopt toch niet?”
De toon is gezet: het wordt serieus. “Er zit een deel in onze sport dat vervelend en jammer is. Alles is te beredeneren: hier heb ik een elementje laten vallen, hier is het fout gegaan, daar was de sprong blijkbaar niet helemaal goed geland. Dat is jureren. Maar als dat nou altijd consistent gebeurt, en bij iedereen op dezelfde wijze, dan zou het eerlijk zijn. De een ligt echter onder een vergrootglas, de ander veel minder. Daar moet je het mee doen. Ik wil er ook niet over zeuren, want ik weet dat het zo is. Maar teleurstelling over de uitkomst van een wedstrijd is er wel.”
Met nadruk dit jaar heeft Wories zich te vaak benadeeld gevoeld. “Ja, sommige mensen roepen dan: ‘Je moet nog beter zijn, dan kan de jury niet om je heen'. Oké, ga maar in mijn schoenen staan. Voor jezelf het gevoel hebben dat je net zo goed rijdt als vorig jaar, maar tien punten minder krijgen voor dezelfde kür. Ik kan niet begrijpen dat ik verleden jaar de punten wél kreeg die ik verdiende. Niet te veel, niet te weinig. Het zal allemaal best kloppen. Ik wil ook niet klagen want het zal voor een groot deel aan mezelf liggen. Het blijft lastig afhankelijk te zijn van de mening van anderen. Ik merk dat je in deze sport een naam opbouwt. Als dat niet gebeurt, blijf je hangen.”
En ontstaat er misschien twijfel, zoals dat eerder in de middag heeft geleken tijdens de training. “Zodra het vertrouwen een procent minder is, waag je je niet met hetzelfde gemak aan al die sprongen, ook niet wetend wat je je wel en niet kunt permitteren in de ogen van de mensen die je beoordelen. Dat vind ik erg, omdat ik ruim twee seizoenen geleden weer voor mezelf ben begonnen met kunstschaatsen. Nu heb ik soms het idee dat ik het niet meer voor mezelf doe. De korte kür van het EK was goed genoeg om de finale te bereiken. Dat meende ik en dat vond Thomas, mijn trainer. Mijn niveau was voldoende, dat voelde ik. Alleen, de punten moesten van de jury komen. Als die ze niet geeft, ben je niet goed genoeg voor dit niveau.”
Idee: een jurypanel dat pas achteraf beoordeelt
Niki Wories piekert zich deze middag ook rot over een manier die het kunstschaatsen eerlijker kan maken. “Juryleden kun je niet veel kwalijk nemen. Die zitten daar langs de baan, horen de reacties van het publiek. Je kunt niet van een persoon vragen om geen persoon te zijn, oftewel dat de jury emotieloos naar een optreden van een rijder kijkt. Dat kán niet. Misschien moeten we naar een systeem waarbij de mening nog minder telt. Meer beoordelingsvarianten, ik heb geen idee. Ik denk dat men in de toekomst ook wat zal doen met AI.
“Kijk, de beoordeling van hoe mooi een uitvoering is, moet je altijd handhaven, want wie moet dat anders bepalen? Maar dat je bijvoorbeeld wel de rotatie van een sprong kunt vaststellen aan de hand van een transponder. Op de langebaan en bij shorttrack rijden ze ook met transponders; het lijkt me niet zo moeilijk ook zoiets dergelijks te creëren voor het kunstschaatsen, zodat je precies kunt nagaan of een rotatie volledig is gemaakt. Het gaat er vooral om hoe je afspringt en neerkomt. Wat er tussen zit, is de uitvoering – hoe mooi het is. Lastig hoor, het gaat zo snel.”
Er is nog een moeilijkheid, weet Wories. “Je hebt een rijder in de een-na-laatste groep en een in de tweede groep. Daar zitten nog drie andere groepen tussen. Als je de sprongen van die twee schaatsers naast elkaar zet, zie je in negen van de tien gevallen dat de rijder uit de een-na-laatste groep aan een prachtige sprong meer punten overhoudt dan iemand die aan het begin van het programma heeft gereden. Terwijl die alles exact hetzelfde heeft gedaan. Maar omdat de ander later aan de beurt is geweest, krijgt die bijna automatisch een hogere waardering. Waarom? Omdat de juryleden worden meegenomen in het systeem. Zij kunnen er ook niets aan doen.”
Wories doet tot slot een suggestie. “Het zou weleens grappig en interessant kunnen zijn om twee jurypanels te hebben. Een doet het werk zoals het nu gaat. Daarnaast zou je een jurypanel moeten hebben dat achteraf de beelden krijgt, zonder naam, en dan pas de beoordeling doet. Ik ben best benieuwd of dat een heel groot verschil zou maken.”
Dat vermeende meten met twee maten vergalt veel, zoveel is duidelijk. “In kunstschaatsen kan een underdog nooit winnen. Hoe bestaat het dat iemand die nieuw is, nooit zal kunnen winnen, zelfs als hij voor iedereen zichtbaar de beste is? Dat is het moeilijke van deze tak: je kunt achteraf niet naar de feiten kijken. Maar je moet speculeren over waarom de een heeft gewonnen en de ander niet. Het is iemands mening. Je moet in de smaak vallen, en daar moet je geluk bij hebben. Het is zó krom als je erover nadenkt. Als je niet tot de top-10 behoort, kan het super frustrerend zijn. Dat wil ik niet meer. Ik behoud liever zelf de controle over mijn geluk.
“Het is niet dat ik hierdoor overweeg te stoppen. Ik geniet nog steeds van mijn overwinningen (zoals in de NRW Trophy of het NK, red.), ik haal net zo gemakkelijk energie uit het feit dat ik het EK heb gereden zoals ik heb gereden. Daarnaast heb ik me erbij neergelegd dat ze heel streng kijken en dat mijn techniek zodanig is dat die op bepaalde punten wordt afgestraft. Er is weleens over gesproken met juryleden. Die zien het in zekere mate ook. Ik zeg ook niet dat wat ze beoordelen bij mij fout is. Volgens mij is het zo nu en dan een klein beetje zo dat de een wel ergens mee wegkomt en de ander niet. Deze winter heb ik twee keer gedacht had ik maar een andere ijssport gekozen. Ik kan heel goed schaatsen, ben erg behendig, dus misschien had ik nog ver kunnen geraken in een andere sport. Shorttrack of zo, dat vind ik leuker dan kunstschaatsen. Of moet ik eerlijker zeggen?”
Het zal gekheid zijn. Wories maakt al ruim twintig jaar deel uit van de wereld van kunstzinnige ijsartiesten, en Praag staat voor de deur. “Wat ik ervan verwacht? Dat ze mij dit seizoen hebben neergezet als de rijder die haar sprongen niet volledig roteert en daarom extra onder het vergrootglas zal liggen. Och, dan had ik zelf wat beter moeten zijn. Tegelijker denk ik: ik was niet zo slecht. Hopelijk kan ik een prima kür laten zien, net iets verfijnder dan op het EK. Zonder te veel hoeven stilstaan bij wat we net hebben besproken. Ik wil genieten. Dat vooral.”