De Boo rijdt zijn duizend meter in de laatste rit, tegen de sterke Pool Damian Zurek. Die tikt tijdens zijn rit de 61 kilometer per uur aan en pakt uiteindelijk zilver. De Boo komt tekort. Tekort voor zijn tegenstander in de rit, tekort voor het podium en, zo blijkt al snel, ruim tekort voor de winst.
“Het doet pijn”, zegt De Boo na afloop in een interview met de NOS. “Net zoals de vorige keer in Inzell is het even doorbijten. Mijn keel staat in de fik. Ik heb moeite om het allemaal helder te houden.” Maar dat hoort bij een duizend meter, zo zegt hij zelf. “Ik weet nog hoe ik heet en dat ik vierde ben geworden. Maar dat laatste vergeet ik liever.” Het is een grapje, maar wel eentje met een duidelijke ondertoon. “Ik hoef hier niet te pieken, maar het knaagt aan me dat ik hier niet zo goed ben als ik wil zijn.”
Wat deze duizend meter bijzonder maakt, is het bredere beeld. “Niemand is hier in topvorm”, stelt de Boo. “Je merkt het bij iedereen.” Zelfs bij Stolz, zegt hij. “Je ziet toch dat hij anders rijdt dan anders. Dat hij nu in een bepaald voorbereidingsblok zit richting die Spelen.” Een interessante observatie, want zelfs een ‘andere’ Stolz is in Inzell nog altijd een klasse apart.
De Amerikaan blijft ongeslagen dit seizoen op de 1000 meter en wint ook hier het wereldbeker klassement. Met 1.06,83 rijdt hij als eerste man onder de 1.07 in Inzell. Een baanrecord, en dat met een 500 en 1500 meter van vrijdag in de benen.
Het is moeilijk om het nog spannend te framen. Stolz is op dit moment simpelweg de beste duizendmeter-rijder ter wereld. Hij wint met marge, op verschillende banen, onder verschillende omstandigheden. Zelfs wanneer hij na de 1500 meter zijn maaginhoud leegt op het middenterrein van Inzell. Al ziet De Boo dat hij niet de enige is. “Ik was aan het inrijden en ik zag Joep ook vier keer over zijn nek gaan. Toen dacht ik: dat is een lekker voorteken. Ik houd het met trots allemaal binnen”, lacht Jenning.
Geen paniek, benadrukt hij. “Ik zit hier nog steeds met een glimlach. En ik heb nog steeds zin in morgen. Ik ben niet voor niets een topsporter. Dan wil je winnen.” Maar deze vierde plek doet meer pijn dan die van gisteren.
Wennemars voelt ruimte naar boven
Joep Wennemars voelt het resultaat in Inzell vooral als bevestiging. Hij pakt het brons. “Heel erg tevreden”, zegt hij. Niet omdat alles al klopt, maar juist omdat het nog niet af is. “We hebben hard getraind en zo voel ik me ook. Ik voel me totaal niet wedstrijdklaar.”
De 500 meter van een dag eerder is volgens Wennemars geen graadmeter. “Gisteren was gewoon geen hoog niveau. Dat had ik wel ingecalculeerd.” De focus ligt elders. Vandaag rijdt hij zijn duizend meter met het idee dat hij hierna weer vertrekt naar Collalbo om verder te trainen. “Ik dacht: gas geven, en daarna weer lekker weg uit Inzell. Maar toen ik over de finish kwam, dacht ik: hé, dat is toch wel een goede tijd.”
Volgens Wennemars zit er duidelijk meer in. “Ik ben niet getaperd.” En dat is bewust. Teruggaan in training en helemaal pieken, dat moment komt later. Vrijdag liet hij ook de 1500 bewust schieten. “Niet om een betere duizend te rijden, maar omdat ik dit niet nodig heb richting de Spelen.”
De omstandigheden in Inzell spelen een grote rol. De baan is zwaar, de hoogte voelbaar. “Iedereen doet alsof dit een normale baan is, maar we zitten op hoogte. Dat doet pijn.” Maar hij voelt zich goed genoeg. Sterker nog, hij heeft gedaan wat hij wilde doen. “Meer dan dat zelfs.”
Over Jordan Stolz is Wennemars nuchter. “Dit had ik wel van hem verwacht.” De Amerikaan laat volgens hem al langer zien dat hij meerdere afstanden in één weekend aan kan. “Dat kunnen er niet veel.” Voor zichzelf kijkt Wennemars realistisch vooruit. “Ik kom eraan, Met nog een aantal anderen.”