Dat deed hij zaterdagmorgen in Thialf, onder begeleiding van een fsyiotherapeut. Terwijl zijn teamgenoten zich voorbereidden op het Odido NK in de Elfstedenhal van Leeuwarden, trok de 22-jarige rijder na een weken durend oponthoud zijn schaatsen eindelijk weer aan. In het halve uur dat hij rustig rondjes reed en tussendoor oefeningen moest afwerken, lukte het ook de van hem bekende, diepe schaatshouding aan te nemen. “Gelukkig wel, ja, want zonder die positie moet ik veel te veel aanpassen aan mijn schaatstechniek en weet ik niet of dat überhaupt zal werken”, vertelt Kos.
Even opfrissen hoe het ongemak bij hem is ontstaan. Na een valpartij in de training begin november werd gedacht dat hij schade had opgelopen aan zijn rug. “Alle scans die er zijn gemaakt leidden niet tot een duidelijke conclusie. Er werd niets raars gevonden, maar het bleef wel vreemd dat ik rugpijn hield. Uiteindelijk bleek dat mijn bilspier is uitgeschakeld, of verdoofd, waardoor die zijn taak – kracht leveren - niet meer naar behoren uitvoert. Zonder kracht moeten andere spieren de functie overnemen en dat veroorzaakt overbelasting. Op die manier ontbreekt het me aan voldoende stabiliteit in mijn rug”, aldus Kos.
Hij krijgt dagelijks fysiobehandelingen. “Normaal train ik weet niet hoeveel uur, nu steek ik die tijd in mijn herstel. Mentaal is het een zware periode, de meest k%#te uit mijn schaatscarrière. Vanaf de eerste World Tours van het seizoen was ik zeker van de plaatsing voor Milaan, en toen begaf het lichaam het plotseling. Daar kon ik moeilijk mee omgaan. Na verloop van tijd werd het zaak om zo min mogelijk bezig te zijn met de blessure, en me te concentreren op de dingen waar ik invloed op heb, vooral fit blijven. Ik ben blij dat ik tamelijk veel kan doen naast het ijs: fietsen, hardlopen, zelfs krachttraining gaat best goed. Het is niet zo dat ik fysiek uit vorm raak; het enige wat nog niet ging was schaatsen.”
Tot zaterdag. Het NK haalde hij niet, maar het ISU Odido EK Shorttrack (16-18 januari) evenmin. “Ik heb met Niels overlegd. Het wordt de Spelen of het wordt niets. Dat EK komt net te vroeg. Zou ik tegen die tijd goed genoeg zijn om te schaatsen, dan heb ik meer aan de best mogelijke voorbereiding op de Spelen dan halfbakken op een EK te schaatsen. Dat betekent dat ik nog een dag of twintig heb tot aan de deadline voor de inschrijving van de atleten sluit. Ik ben erg blij dat me deze ruimte wordt gegund. Als ik snel fit word, dan volgt dat schaatsgevoel wel. Dat bewijst Suzanne Schulting op het NK. Ik moet de blik naar voren gericht houden. We zien wel waar het schip strandt.”