Robert Post staat te boek als één van de grote talenten in het marathonpeloton. Jonge jongen, veel snelheid, verstopt zich nooit. Het zijn de eigenschappen van een topper in de dop. Hij bewandelt vooralsnog de geleidelijke weg, maar erg vindt Robert Post dat allerminst.

Robert Post, nog net 23 jaar jong, bevestigde zijn kwaliteiten in de afgelopen seizoenen regelmatig. Twee jaar achtereen legde hij beslag op het witte pak voor de beste jonge rijder. Onder de vleugels van Ynco de Vries gedijde hij twee seizoenen goed, nu komt hij voor het tweede jaar uit voor het team van Bouw & Techniek bij Jeroen de Vries.

Belangrijke mannen in zijn jonge loopbaan, stelt Robert Post. "Jeroen de Vries is voor mij de opvolger van Ynco de Vries, met wie ik twee jaar prima heb gewerkt. Maar de samenwerking met Jeroen was voor mij de reden vorig jaar de stap naar dit team te maken. Hij heeft veel invloed, is heel belangrijk voor me. We hebben veel contact, en ik hecht veel waarde aan die communicatie. Jeroen de Vries wil me echt beter maken en hij heeft een groot aandeel in mijn prestaties.’’

Hij staat er goed voor, zegt Post, die nog tot en met woensdag met Bouw & Techniek in het trainingskamp in Inzell blijft. "Een aantal jongens heeft hier ook weer de vijf kilometer gereden en dat ging hard. We hebben een mooie ploeg, hebben een goeie zomer gedraaid en gaan echt goed voorbereid de winter in.’’

Maar wel met een gewijzigde formatie. Fabio Francolini, de troef in de sprint van de afgelopen jaren, ontbreekt. Het vertrek van de Italiaan zou ruim baan voor Robert Post kunnen inhouden. Maar dat houdt hij zelf nog even af. "Het mooie van het team dit jaar is namelijk dat iedereen aan elkaar gewaagd is, en goed is. Er zijn misschien maar weinig ploegen die zo kunnen rijden als wij doen.’’

Zelfs als het aankomt op de sprint, stelt Post zich bescheiden op. "Ik vind dat ik zelf nog te weinig heb gepresteerd om de uitgelezen kopman te zijn. Eerst moet ik wat laten zien om te rechtvaardigen dat de rest van de ploeg voor mij rijdt. We hebben ook veel aanvallers in ons team, met jongens die al eens hebben gewonnen. Dat heb ik niet. Is niet erg. Die geleidelijke weg vind ik prima. Als je jong alles wint, is dat geen garantie dat je blijft winnen.’’

Dat ontbreken van die eerste zege spookt wel door het hoofd van Post. Hij won twee jaar het witte pak, eindigde twee jaar hoog in het klassement van de Marathon Cup – vierde en derde – en pakte diverse podiumplekken. Maar geen zege. "Dat is een persoonlijk doel dit seizoen. Ik moet er voor rijden, dan kan het zomaar gebeuren. Ook met een sprint in een kopgroepje moet het een keer mijn kant op vallen. Al is winnen in de marathon nooit een vanzelfsprekendheid. Dat is maar voor weinig mannen weggelegd.’’

Hij laat zich in ieder geval niet afleiden door uitstapjes naar de langebaan. Dat is in principe een gepasseerd station voor Post, die wel jarenlang op de langebaan reed. "Maar ik weet nu dat ik een echte marathonschaatser ben. Dat heb ik de afgelopen twee jaar ook wel laten zien. Je moet als sporter je kwaliteiten kennen. Ik weet nu dat die van mij op de marathon liggen.’’

Het valt hem niet zwaar het mooiste van de sport te benoemen. "Elke week een nieuwe kans, het sfeertje eromheen. Een sport ook die dicht bij de mensen staat, puur Hollands. Op de langebaan word je afgestraft op tijd, in de marathon maakt het geen moer uit hoe lang je erover doet, als je maar 125 ronden gas geeft en het spelletje beheerst. En dat is lastig genoeg.’’