Als iemand deze Olympische Spelen tot de verbeelding sprak, is het Carien Kleibeuker. Voor Kleibeuker geen grote contracten, geen door de staat betaald sporterspensioen. Voor haar beginnen deze week gewoon weer de fysiobehandelingen.

Heerlijk lijkt me dat. Met al die mensen die ze helpt lekker keuvelen over de Olympische Spelen. Over de ongekende aandacht, over de ongekende faciliteiten en stadions, over de ongekende prestaties, kortom, keuvelen over de gekte. Ze heeft vast haar ogen uitgekeken.

Binnen de muren van het olympische dorp, binnen de muren van onze blinde ambitie, waar niets anders bestaat dan topsport, vergeten we ons soms te verbazen. We vergeten waar het om draait. Intrinsieke motivatie. Doen wat je leuk vindt. Ergens hart voor hebben. Haar man gaf haar de ruimte, haar coach investeerde zijn vrije tijd, en samen waren ze sterk. Het beeld van een mooie samenleving, vinden jullie niet?

Niemand op de Olympische Spelen kreeg zoveel sympathie als Carien. Gewoon iemand als Henk of Ingrid, met een prachtige dochter. Waarom stonden we allemaal te juichen toen ze brons greep? Ze sport vanuit de bedoeling van sport. Ze sport om dezelfde reden als mijn buurvrouw.

Die drang om jezelf te verbeteren en het vermogen daarvan te genieten. Sommige mensen worden daar rijk van, anderen arm. Maar daar gaat het niet om. Sport geeft een bevrediging die niets met centen te maken heeft. 

Centen trekken je uit de realiteit van het leven. Je verliest de bedoeling uit het oog. Centen vinden we nodig voor een goed topsportprogramma en deels is dat waar. Als je sportief succes wilt afdwingen, dan zijn dat belangrijke voorwaarden. Maar niets is zo sterk als de drive die diep van binnen zit. En we kennen allemaal de verhalen van topsporters die zonder externe hulp het onmogelijke bereikten.

Carien staat wat dat betreft symbool voor hoe sport bedoeld is. Carien geeft me hetzelfde gevoel als Australiërs op een WK inline-skaten. Zij betalen hun eigen vliegtickets, sparen daar een jaar lang voor, en genieten met volle teugen, juist vanwege het contrast.

Al worden ze wereldkampioen, door een ongekende toewijding, het levert ze geen rooie cent op en al helemaal geen pensioen. Ze hebben een maand onbetaald verlof genomen en zodra ze thuis uit het vliegtuig stappen, melden ze zich bij de baas. 

Ze gaan weer aan het werk, zoals ieder ander dat doet. Terug in de realiteit.

Topsport is niet de realiteit, zullen jullie zeggen. Oke, daarom gaan er tientallen miljoenen per jaar van de belastingbetaler naar de sport. Honderden atleten krijgen daar een prachtige vergoeding voor die ze in staat stelt om aan topsport te doen. Als je tenminste écht wilt. Zo houd je de echten over.

Sommige sporters hebben de mazzel er rijk en onafhankelijk van te worden. Alhoewel, hoe onafhankelijk ben je als je publiek bezit bent?

Ondertussen bezuinigen we op onze ouderen, die hun eigen kont mogen wassen, we bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, laat die arme kindjes maar sterven, en wij klagen over slechte secundaire arbeidsvoorwaarden van sporters. Het zijn dezelfde belastingcenten, waarvan jullie willen dat we ze anders verdelen. 

Het klinkt mij allemaal wat ongepast in de oren. Onnodig ook. Top vijf in de medaillespiegel. Hal-loo! Onze participerende samenleving lost het zelf op. Samen sterk.

Geert Plender is marathonschaatser bij Team Van Werven.