Heather Richardson reed schofterig hard bij de Amerikaanse afstandskampioenschappen in Milwaukee. Ze reed baanrecords op de 1000 en 1500 meter en zelfs in Calgary was er nog niemand zo snel als zij op deze twee afstanden. Daarnaast reed ze een persoonlijk record op de 3000 meter. Die Richardson is dus in topvorm. Iets anders kan ik niet concluderen, maar ik was er niet bij, dus zeker weten doe ik het niet.

Want hoe verhoudt de baan van Milwaukee zich tot Heerenveen? Kan ik de uitslagen van Pettit Nationale Ice Center vergelijken met de tijden van Thialf? En hoe zit dat met Berlijn waar Jenny Wolf op de 500 meter rappe tijden noteerde en ook Stephanie Beckert op de drie kilometer uit haar slof schoot. Niemand was dit seizoen sneller dan haar 4.02,88.

Misschien was er in Milwaukee en in Berlijn sprake van een lage luchtdruk of had de ijsmeester gouden handen dat weekend. Hoe dan ook, het lijkt veilig om te veronderstellen dat Richardson, Wolf en Beckert komend weekend om de prijzen mee gaan doen. Ze reden immers op een gemiddelde baan bovengemiddeld goede tijden.

Lastiger wordt het bij snelle tijden op snelle banen. Denny Morrison was op 1 november de snelste bij de World Cup Trials in Calgary op de mijl. Hij reed 1.44,73. Dat is rap, maar in Calgary zijn goede tijden snel gereden. Wat de waarde van zijn tijd is, blijft gissen, maar slecht is Morrison waarschijnlijk niet.

Het ingewikkeldst zijn de langzame banen. De Noren hielden dit seizoen hun nationale afstandskampioenschappen op de ijsbaan in Bjugn. Die baan komt in de top-20 van snelste ijsbanen ter wereld niet voor.

Håvard Bøkko reed er alle afstanden en zette met 1.50,22 een zeer respectabele tijd op de 1500 meter neer. Tenminste, dat denk ik, want die tijd was goed voor een baanrecord. Of dat een goede indicatie is? Dat weet ik pas na de World Cup. Misschien was het baanrecord in Bjugn wel stokoud.

Al die extra vragen die ik vanachter mijn laptop niet beantwoorden kan, ben ik zat. Vanaf augustus probeer ik op deze manier al de tijden te interpreteren en ik ben niet de enige. Ook de schaatsers houden elkaar in de gaten. Sven Kramer weet waarschijnlijk best dat Seung-Hoon Lee in augustus al 6.18 reed op de 5000 meter. Ok, in Calgary, maar 6.18 in augustus is sowieso snel. Toch? Of niet?

Ik weet na de KPN NK Afstanden hoe de Nederlanders er onderling voorstaan. Dat was al een stuk beter dan de uitslagen uit Heerenveen vergelijken met trainingswedstrijden in Inzell en Erfurt, maar ik kan niet wachten tot ik ook kan zien wat de Nederlanders waard zijn tegenover de Japanners, de Noren, de Amerikanen en de Canadezen.

Ik kan geen uitslagen meer zien. Ik wil schaatsers zien rijden.

Erik van Lakerveld is chef-redacteur van schaatsen.nl.