Laten we even terug in de tijd gaan. Donderdag 17 januari. Het vriest al enige dagen in Nederland, de eerste marathons op natuurijs, welliswaar op een baan en niet op echt open water, maar dan nog, zijn inmiddels verreden en daar is 'ie weer. De Elfstedentocht.
Het ijs is geweldig en zelfs de Deventer- en Enkhuizer Almanak worden erbij gehaald om aan te tonen dat de kans dat de Tocht der Tochten dit jaar verreden wordt, sinds 1997, het jaar waarin de wedstrijd voor het laatst plaatsvond, niet zo groot is geweest. Je zou nog kunnen denken: na die tijd heeft zich nooit een reëele kans voorgedaan, maar dat zullen de ‘deskundigen’ vast niet hebben bedoeld.
Ironisch gezien wordt de derde marathon op natuurijs, die in Gramsbergen, op dezelfde dag waarop het internet bijkans ontploft van de Elfstedenkoorts, gestaakt omdat er gaten in het ijs zitten tot op het beton, waardoor een deel van het mannenpeloton onderuit gaat in een bocht. En dat terwijl voor een dergelijke wedstrijd ‘slechts’ een paar centimeter ijs nodig is.
De volgende ochtend, vrijdag 18 januari, maakt de KNSB bekend dat de laatste wedstrijd van de marathonvierdaagse in Veenoord niet door kan gaan, omdat de vorst van de nacht ervoor erg tegen is gevallen. Later op de dag zakt een ijsmeester door het ijs, verschijnt er een foto, gemaakt vanaf de beroemde houten brug in Bartlehiem, waarop verdacht weinig ijs te zien is en komen de berichten in de media dat de schaatskoorts toch echt te vroeg is toegeslagen.
Op zondag 20 januari is het hek helemaal van de dam. Een gigantische pak sneeuw, dat al dagen van tevoren aangekondigd is, daalt neer op het land en vervolgens zegt men dat de kans op een Elfstedentocht voorlopig is verkeken. Een ijsmeester van de Vereniging de Friesche Elf Steden zegt zelfs dat het maar moet gaan dooien, ‘want dan zijn we van die troep af’. Dooien? Dat lag een paar dagen eerder toch niet echt in de planning volgens mij?
Natuurijk is het veel te lang geleden dat de Elfstedentocht verreden is, natuurlijk kijkt iedere schaatsliefhebber rijkhalzend uit naar het moment waarop Wiebe Wieling de verlossende woorden uitspreekt, natuurlijk was het behoorlijk koud en natuurlijk is het best mogelijk dat het deze winter eindelijk zover is. Maar draaien we nu met z’n allen niet een beetje door?
Het lijkt bijna wel alsof er zodra er iemand ’s ochtends de ruiten van de auto moet krabben, dat dan de elfstedenkoorts toeslaat. En dat terwijl we vorig jaar toch hebben kunnen zien dat te vroeg euforisch zijn alleen maar tot nog meer teleurstelling kan leiden. Ook toen trokken we ons weinig aan van de weersvoorspellingen, die helemaal niet zo florisant waren. Collega Jitse Bos schreef er al eens een column over naar aanleiding van uitspraken van Maarten van Rossum in De Wereld Draait Door. ‘Dat gezwets is doorgegaan tot de krokussen boven de grond stonden’, zei de historicus gekscherend.
Voor een Elfstedentocht is minimaal een ijslaag van vijftien centimeter nodig. Gemiddeld wordt die dikte bereikt na twee weken vorst en dan moet het ook nog eens niet te hard waaien en moet er weinig sneeuw vallen. Laten we afspreken dat als het een dag of tien hard vriest de andere omstandigheden ook goed waren en de voorspellingen zijn dat dat weer nog wel even aan zal houden, dat we dan pas weer besmet worden met het virus, maar niet eerder. Laten we allemaal de ‘nuchtere Fries’ in onszelf naar boven halen en rustig afwachten, voordat de koorts verwordt tot een grap en we de vraag krijgen of we die mop kennen van die Tocht die er zou komen, maar er (wéér) niet kwam.
Bjorn Clobus is verslaggever en redacteur van schaatsen.nl