We waren door de teambus gedumpt en hebben ons met gebogen ruggen door de Friese weilanden een weg gebaand richting het vaste intervalparcours. Leuk vandaag is dat we na alle vakanties weer compleet zijn.

We starten de intervals : één minuut hard en één minuut rust zegt het programma. Om en om bevechten we de harde Friese wind en trotseren we de uitgereden koeienstront op het wegdek. Ik probeer me te concentreren op de timing van mijn voorgangster. Het lijkt er op dat ik haar soepele inlinetred wat te pakken heb, ik laat de gedachten over risico’s van gaten in de weg of poep aan mijn skeeler los. Ik geef me over aan de beweging en pik daarmee haar snelheid op. Dat voelt fijn.

Zachtjes hoor ik een ritme dichterbij komen. Het zijn niet die sterke klappen van onze mannelijke collega’s. Dit geluid gaat harder en sneller en komt heel rap dichterbij. Als ik opzij kijk in de richting van het geluid volgen er allerlei panische reacties in mijn lijf. Oog in oog met het enorme hoofd van een briesend paard slaak ik een kreet van angst, zet ik mijn twee benen al rollend schrap op het ruwe asfalt en kijk ik nog een keer goed opzij. Een lachende amazone dit keer in mijn vizier. De spanning ebt weg, ik hoor de andere meiden ook gillen. Dan lachen we heel hard en vervolgen onze training.

Zo werd ik laatst ook al eens, al skeelerend, achterna gezeten door een loslopende hond. Dat ging net goed. Ook kwam ik met de schrik vrij toen er tijdens mijn skeelertraining een enorme tractor voor mij vol op de rem ging. Of toen ik op mijn racefiets de bocht in ging en er grind bleek te liggen. Het ging allemaal net goed.

Ook ging het weleens niet goed. Gezellig kletsend met mijn trainingsmaatje had ik niet in de gaten dat het was gaan regenen en schoof ik zomaar onderuit op mijn racefiets. Of had ik achterin de groep een grote kei niet zien liggen en duikelde ik er met fiets en al overheen. Vorig jaar nog, haakte ik mijzelf in een miniem ogenblik tijdens een skeelertraining en schoof op m’n billen over het asfalt. Eigenlijk viel het altijd wel mee, de schrik en een paar schrammen.

Maar of het nou net goed ging of een beetje meeviel, ik vergeet de situaties niet. De stapel groeit in mijn hoofd en zo komen er steeds meer risicomomenten bij. Met als gevolg dat ik steeds waakzamer word. Nu zijn er allerlei argumenten te verzinnen voor deze toenemende voorzichtigheid: moederschap, leeftijd et cetera, et cetera.

Daar koop ik niks voor. Ik doe immers aan een sport waarbij je om echt hard te gaan, moet loslaten. Je moet de snelheid naar je toe laten komen, die kun je niet afdwingen, zoals mijn trainer mooi zegt. En dat gaat niet met samengeknepen billen voor een risico dat alleen maar een risico is.

Daarom ben ik blij dat ik mag trainen met deze meiden. Ze lachen de spookbeelden voor me weg, ik doe mee en ik merk dat ik beter word.

Carien Kleibeuker is langebaan- en marathonschaatsster.