Vaak wordt gedacht dat Nederland sinds Jaap Eden altijd een vooraanstaand schaatsland is geweest. Niets is minder waar. Na Jaap Eden wist alleen Coen de Koning in 1905 nog een wereldtitel te veroveren, maar die op Gronings natuurijs behaalde titel stelde weinig voor.
Na twee keer uitstel vanwege dooi, was er nog maar één matige Noor overgebleven die door De Koning in het meest gedevalueerde WK aller tijden met gemak werd verslagen. Na 1905 zakte het vaderlandse schaatsen in een diep dal.
Als in 1924 in het Franse Chamonix de eerste Olympische Winterspelen worden gehouden, durven KNSB en NOC zelfs geen schaatsers af te vaardigen: het niveau van de nationale top stelt helemaal niets meer voor. Het besef breekt door dat er verandering moet komen, en dus wordt besloten om een kernploeg in het leven te roepen die jaarlijks in Zwitserland gaat trainen.
Siem Heiden is één van de eerste rijders die dankzij de trainingen in Davos weer aansluiting krijgt bij de wereldtop. Met Willem Kos wordt Heiden uitverkoren om Nederland in 1928 bij de Winterspelen in het Zwitserse St. Moritz te vertegenwoordigen. Op de 5000 meter legt hij beslag op de elfde plaats, nadat hij in een spannende rit de sterke Fin Backman nipt weet te verslaan. De enige meegereisde Nederlandse journalist, Jan Nijland van het Algemeen Handelsblad, noteert:
"Heiden reed als een duivel. Hij was achter, acht ronden lang. Maar na "het psychologische moment" kwam hij allengskens inlopen op den verslappenden tegenstander, die niet bestand bleek tegen de energieke aanvallen van onzen echt-Hollandschen Heiden. En... de Fin werd geslagen. Door Heiden, den dappere, den onversaagde, den sterke! Het was een zege van den inboorling der lage landen aan de zee over den getrainden en sterken Noorderling. Bravo, driemaal bravo Heiden!" En, zo besloot Nijland, "wanneer het niet juist de tijd van de afternoon-tea was, zou zeker heel St. Moritz zijn uitgelopen."
Siem Heiden en Willem Kos bij de Winterspelen van 1928 in St. Moritz
In 1933 beleeft Siem Heiden het hoogtepunt van zijn schaatscarrière. Bij de jubileumwedstrijden van de dan 50 jaar oude KNSB, verbetert hij in Davos op zijn favoriete 5000 meter het wereldrecord van de legendarische Noor Ivar Ballangrud. Voor het eerst sinds Jaap Eden bezit een Nederlandse schaatser weer een wereldrecord!
Om nog een andere reden verdient Siem Heiden een ereplaats in onze schaatsgeschiedenis. Jarenlang ijverde hij bij de KNSB om niet in Zwitserland maar in Noorwegen te trainen. Dáár kon je immers de kunst afkijken van de destijds oppermachtige Noorse schaatsers. De KNSB wilde niet luisteren. Het conflict liep zo hoog op, dat Heiden in 1935 uit de kernploeg gezet werd en noodgedwongen zijn loopbaan beëindigde.
Hoe terecht het pleidooi van Heiden was, bleek na de oorlog. Toen ging de kernploeg voortaan elk jaar naar Hamar. De Europese titel van Kees Broekman in 1953 en de wereldtitel van Henk van der Grift in 1961 bewezen het gelijk van de metselaar uit IJsselmonde.
Siem Heiden is ook onze eerste schaatser van wie filmbeelden bewaard zijn gebleven. Ze zijn gemaakt door het Polygoon-filmjournaal in 1929. Heiden won toen het kampioenschap van Zeeland dat in Wolphaartsdijk werd gehouden. Het zijn unieke beelden, waarop je een prachtig beeld krijgt van de vaderlandse schaatscultuur in lang vervlogen tijden.
Polygoon-film van het Zeeuws schaatskampioenschap van 1929, gehouden in Wolphaartsdijk:
Marnix Koolhaas is schaatshistoricus en verzorgt samen met Huub Snoep elke week het historisch perspectief.