Zijn geheim? “Ik heb geen grote veranderingen gemaakt hoor”, lacht Wotherspoon bescheiden. “Ik heb vooral gekeken naar de dingen die in het verleden goed gingen. Daarnaast heb ik gekeken wat elke schaatser individueel nodig heeft. Voor de een is dat techniek, voor de ander meer krachttraining.”

In het verleden liet die Noorse krachttraining volgens Wotherspoon wel wat te wensen over. Rijders met rugklachten of andere mobiliteitsproblemen moesten vaak trainingen laten schieten, en die gaten werden in de planning niet opgevuld. “Nu worden er aangepaste schema’s, met andere oefeningen voor die personen gemaakt. Niks houdt ons meer tegen om te trainen.”

Ondanks de top vijf-klasseringen van Hege Bøkko en Håvard Lorentzen in Heerenveen, en een duidelijk vooruitgaande sprintploeg blijft de Canadees kritisch. Hij ziet nog genoeg verbeteringen voor de ploeg en individuele rijders. Voor Bøkko ging er aan het EK Sprint een griepperiode vooraf, die roet in het eten van het weloverwogen trainingsprogramma gooide. “Na de laatste World Cup hadden we juist door willen knallen. Als we een of twee weken langer de tijd hadden gehad, had het hier heel anders uit kunnen pakken.”

Ook Lorentzen reed volgens de trainer een goed weekend, maar liet het op de laatste 1000 meter liggen. “Waarom? Geen idee! Maar dat is sport hè? Je moet uitzoeken wat er misgaat en zorgen dat je het de volgende keer anders doet.”

“Ik ben best blij met hoe ze schaatsen hoor”, voegt Wotherspoon daar nog snel aan toe. “We hebben veel progressie geboekt. Ik ben tevreden met waar we nu staan.”

Het is pas sinds twee jaar dat er überhaupt weer een Noorse sprintploeg bestaat, daarvoor werd er gezamenlijk getraind binnen de nationale ploeg. Dat is dus een hele vooruitgang, maar toch is er volgens Wotherspoon meer nodig om constant te presteren en Noorwegen ook in de toekomst van een frisse groep talenten te kunnen voorzien. Met een beetje jaloezie kijkt hij daarom naar Nederland.

“Het is eigenlijk grappig. In Noorwegen is het veel kouder, maar er is minder ijs beschikbaar dan hier in Nederland. Wij hebben geen trainingscentrum zoals Thialf; geen echte thuisbasis. Als dat zou veranderen schiet de kwaliteit van het Noorse schaatsen omhoog.”

“Elke dag op dezelfde plek trainen lijkt misschien saaier dan steeds op kamp, maar je kunt veel makkelijker in de gaten houden hoe iedereen groeit”, vervolgt hij.

Er bestaan echter wel plannen voor een trainingscentrum in Oslo, maar dat moet volgens Wotherspoon eerst nog een serieuze optie worden. In de nabije toekomst ziet hij het er dan ook niet van komen. “Dan zijn we al snel een jaar of vier verder. Terwijl het juist zo belangrijk is om alle faciliteiten bij elkaar te hebben. Iedereen kan van elkaar leren.” 


Daarbij mogen volgens de meervoudig sprintkampioen vooral de junioren en de daarbij horende talentontwikkeling niet vergeten worden. In Noorwegen kun je volgens hem als schaatser namelijk maar op twee plekken terecht; en als dat niet de nationale ploeg is, moet je gewoon bij je eigen schaatsclub trainen. “De kans is dan veel groter dat sporters het opgeven en stoppen. Er zou een tussensituatie moeten zijn, maar die bestaat nog niet.”

Tijdens de WK Afstanden van begin februari in Gangneung mogen we volgens Wotherspoon ondanks alles toch rekening houden met de Noorse deelnemers. Vooral van de rode team pursuit- trein verwacht hij veel. “En als ze goed rijden zijn voor Bøkko, Lorentzen en Sverre Lunde Pedersen ook zeker podiumplaatsen mogelijk. Maar dan moeten ze wel het juiste doen, op het juiste moment.”