De keuze om het solorijden te laten voor wat het is en zich op een carrière als ijsdanseres te richten, was voor Den Olden geen al te moeilijke. “Ik vind dansen vanaf dat ik klein was gewoon leuker om te doen dan springen en ik ben er ook beter in”, zegt de geboren Rotterdamse tegenover schaatsen.nl.

Op het moment dat Den Olden de talentprijs kreeg, woonde ze al in Frankrijk en met de internationaal goed aangeschreven academie in Lyon in de buurt was de keuze snel gemaakt. “Ik wilde daar per se heen om me volledig te kunnen richten op het ijsdansen”, blikt de rijdster terug.

Vervolgens begon een periode van intensief trainen, die Den Olden ook naar onder meer Rusland - het kunstrijland bij uitstek - voerde. “We trainen zes keer per week, twee uur per dag op het ijs. En dan hebben we daarnaast ook nog elke dag off-ice- en danstrainingen”, schetst ze haar behoorlijk drukke schema.

Alle inspanningen van de afgelopen jaren sorteren nu effect want Den Olden staat dus voor haar internationale debuut. Ondanks dat de Junior Grand Prix een nieuw podium is, is ze niet van plan voor spek en bonen mee te doen. “We willen graag bij de beste tien eindigen. De tegenstand is erg goed, dus het is lastig, maar als we gewoon goed schaatsen kan het.”

Ook als het lukt om een goede prestatie neer te zetten in St. Gervais is dat voor Den Olden slechts het begin. Uiteindelijk wil ze namelijk maar een ding: meedoen aan de Olympische Spelen. En Den Oldens missie is er alles behalve een voor de lange termijn. “Ik wil er in 2018 bij zijn.”