In Bormio komen ’s lands beste shorttrackers graag en vaak. Vrijwel elk voorjaar strijkt bondscoach Niels Kerstholt met zijn selectie neer in het fantastisch gelegen bergdorp dat omringd wordt door de reuzen van de Italiaanse Alpen. De combinatie van bijvoorbeeld zeer geschikte fietsroutes om de hoek en een prima ijsbaan – Palaghiaccio – is precies het menu dat atleten in opbouw naar een nieuw seizoen goed kunnen gebruiken. Maar als de Winterspelen voor de deur staan, is de plek net zo gewild voor de finishing touch van de lange weg naar het hoogtepunt van de winter. Komende dinsdag verhuizen de sporters naar het olympisch onderkomen.
Net zoals in 2018 (Pyeongchang) en 2022 (Beijing) maakt Leeuwarder Itzhak de Laat zich klaar voor de Spelen. Deze keer geldt hij als de man van ‘het laatste nippertje’, want De Laat is pas in de ploeg gekomen toen bleek dat de voorgeselecteerde Daan Kos door blessureleed niet op tijd fit zou zijn. De 31-jarige Fries maalt daar niet om; hij is er opnieuw bij, dat telt.
Voor de derde keer op een rij bovendien. Is deze voorbereiding een beetje te vergelijken met de vorige keren?
Itzhak de Laat: “Die twee edities van de Spelen waren in Azië. Voor Pyeongchang heb ik een trainingskamp van drie weken gehad in Japan, wat best lang was. Japan vond ik overigens niet vervelend hoor, integendeel, dat was een prima voorbereiding. Vier jaar geleden zaten we volop in de corona, toen waren er überhaupt maar twee of drie vluchten die kant op. We konden pas naar China op het moment dat iedereen er heen ging. Gelukkig reisden we er ruim op tijd heen; het is niet dat we pas vijf dagen voor de start van het toernooi arriveerden.”
Voelt de Olympische Winterspelen als iets vertrouwds?
“Het voelt als de volgende grote wedstrijd. Alles eromheen is groter, maar voor mij blijft de essentie van hoe de dagen verlopen en hoe ik de races beleef, wel hetzelfde.”
Je bent met Suzanne Schulting de meest ervaren rijder van de groep. Komen daarom de nieuwelingen eerder met vragen over de Spelen naar je toe?
“Er zit een aantal bij dat ook eerder aan de Spelen heeft meegedaan. Sterker nog, we hebben olympisch kampioenen in ons gezelschap (Xandra Velzeboer en Selma Poutsma red.) die het riedeltje kennen. We verblijven in een hotel, we werken onze trainingen af. Ja, er komt weleens een vraag over het atletendorp, de kleding of het eten. Het is echter niet zo dat de mensen totaal geen idee hebben wat hen te wachten staat. De Olympische Spelen blijft een speciaal evenement, al zal het verloop ervan niet radicaal anders zijn dan de overige wedstrijden in het jaar.”
Jens van 't Wout sneller dan het licht: 7,82 over een rondje
Jens van 't Wout is niet te houden. De kopman van TeamNL werkt dagelijks snoeihard aan de voltooiing van een gouden missie en vindt het daarbij geweldig om steeds de grenzen te verleggen. Hoe sneller de rondjes in de training worden, des te groter hij de kans acht op olympisch succes in Milaan. De tijd dat hij wild werd van een 8' lapper - een rondje van acht seconden - ligt al ver achter hem; tegenwoordig duikt hij steeds vaker in de zeven seconden. 7,84 was zijn rapste ronde tot dusver, maar in Bormio slechtte hij deze week die barrière. En wat dat betekende? Zijn snelste tijd stond als kleine mijpaal genoteerd op zijn schaatsschoen. Door die 7,84 kon een dikke streep. De 4 werd zwart gemaakt met een viltstift, daarachter staat nu het cijfer 2. Zo lang als dat duurt....
Wat doe je op de vrije momenten wanneer je in het olympisch dorp verblijft?
“Niet zoveel bijzonders, omdat we de gehele periode races hebben en tot bijna de laatste dag in vorm moeten zijn. Dus daarom verwacht ik niet te veel te ondernemen.”
Ik kan me voorstellen dat jij als de man van de originele shorttrackhelmen op de laptop zo nu en dan nieuwe ontwerpen zult bedenken. Ik zag namelijk dat jij zelf met een nieuwe helm rondrijdt, maar ook Friso Emons en Jens van ’t Wout. Anders gezegd: je hebt overuren gedraaid.
“Ik heb hard gewerkt in de week voordat we naar Bormio vertrokken. In die periode heb ik er drie afgekregen, waaronder een voor mezelf. Daar zit een grappig verhaal achter. Friso kwam als eerste met een concreet idee voor zijn exemplaar: hij wilde een ontwerp met voor vijftig procent een leeuwenkop en voor vijftig procent moest het een gladiatorhelm worden. Daar baalde ik een beetje van, omdat ik al voor mezelf had nagedacht over een dergelijk concept. Nu moest ik iets heel anders verzinnen.
“Daarop besloot ik iets te vervaardigen dat wat minder serieus zou zijn, omdat alles van de Spelen al zo serieus is. In Beijing droeg ik een helm met een leeuw die een gekke zonnebril op had. Het moest opnieuw iets onverwachts zijn, vandaar de gedachte dat het leuk zou zijn een lieve, cute leeuw te doen die een pizzapunt naar binnen werkt. De leeuw is echt iets Nederlands, de pizza kun je als een Italiaanse knipoog beschouwen. Een helm waar de mensen om moeten lachen. Dat is gelukt, denk ik. Oh ja, en aan de linkerkant heb ik glitter-pizzapuntjes aangebracht en rechts Hollandse tegenhangers: oranje glitter-rookworstjes.”
Geslaagde creaties, lekker trainen en dadelijk aan de bak op het ijs in Milaan. Slotvraag: verschijn je dan in de gewenste topvorm?
“Dat denk ik, ja. Zeker zo meteen, als ik volledig ben uitgerust en totaal fit ben, kan er iets moois uitrollen. Ik word altijd naarmate het seizoen vordert steeds beter.”