"Dat betekent niet alleen goud of altijd medailles", nuanceert de shorttracker, "maar wel steevast in halve finales en finales."
Tijdens de afgelopen winter heeft Breeuwsma twee inzichten opgedaan. Het eerste: net wat meer rust is belangrijk om goede wedstrijden te rijden. "Ik ben altijd een van de beteren in de training. Maar het gaat er nu om om ook wedstrijd-ready te zijn. Die schakelaar staat op scherp. Hij moet alleen dat laatste klikje nog maken."
In de trainingen kan Breeuwsma vaak goed mee met Sjinkie Knegt, regerend Europees en wereldkampioen. Als hij dat echter vlak voor een toernooi te vaak doet, dan werkt dat negatief op zijn vorm in de wedstrijd. "Dan is het scherpe randje er al af."
Bij het EK van vorig jaar in Dordrecht nam Breeuwsma daarom net wat eerder dan zijn ploeggenoten gas terug. Dat werkte. Hij presteerde prima met een derde plek op de 1500 meter. Dat resultaat zorgde voor een tweede inzicht. "Ik werd altijd afgeschilderd als een sprinter, maar vorig jaar haalde ik mijn beste resultaat op de 1500 meter."
Het verandert zijn kijk op zijn eigen mogelijkheden. Hij heeft zijn blik verbreed. Ook voor de langere afstanden koestert hij ambitie. En de voortekenen zijn goed. "Ik heb een betere zomer gehad dan de afgelopen twee à drie jaar."