De ervaring van twee EK’s en een WK heeft hij op zak, maar dat is al even geleden. Een hele olympische cyclus wist Breeuwsma zich individueel niet te plaatsen voor de titeltoernooien. Dordrecht is wat dat betreft een frisse start voor de 27-jarige Fries.

Breeuwsma kijkt ernaar uit om te schaatsen in een vol stadion. “Zo’n wedstrijd is altijd mooi. Je kan net dat beetje extra geven in eigen land. De World Cup in Dordrecht, hoe gaaf was dat? En deze belooft nog mooier te worden.” Hij hoopt mee te kunnen draaien met de absolute top en mikt daarbij op finaleplaatsen op de sprint en de kilometer. “Ik denk dat dat reëel is. Als je in de finale staat ben je een loser als je geen medaille pakt”, lacht hij.

Zijn laatste individuele optreden dateert alweer uit 2010. Het knaagde de afgelopen jaren aan ‘De Breeuw’. Die volgende stap zetten op de individuele afstanden, het lukt steeds net niet. “Ik stond altijd in de schaduw van die drie mannen”, zegt Breeuwsma, die daarmee doelt op Sjinkie Knegt, Niels Kerstholt en Freek van der Wart.

“Sjinkie heeft dit jaar weer een stap gezet. Ik probeer er steeds het maximale uit te halen. Train hard, doe er alles voor en laat er alles voor. Ik weet dat er meer in zit, maar ik heb veel meer tijd nodig om die stappen te kunnen maken.”  

Breeuwsma was geregeld een belofte bij de start van het seizoen. Dan begon hij sterk en schaatste hij makkelijk. Maar de progressie stokte, ergens gedurende het seizoen raakte hij die lijn kwijt. Virussen, knieproblemen, er was altijd wat. Zo ook in de aanloop naar de Olympische Spelen in Sotsji. Breeuwsma verdiende een individuele kwalificatie op de 500 meter, maar werd in december geveld door een langdurige virusinfectie. Het startbewijs ging uiteindelijk naar ploeggenoot Knegt.

“Als ik niet ziek was geweest, had ik waarschijnlijk gereden. Het maakt het er niet makkelijker op”, kijkt Breeuwsma terug. “Maar dat is topsport. Het is bikkelhard. Daar moet je mee leren omgaan. Zorgen dat je er sterker van wordt. Het is bagage die je mee neemt. Het zal ook een keer mijn kant opvallen.”

Dit jaar doorliep hij de eerste helft van het seizoen zonder extra obstakels. Breeuwsma is fit en zoekt zijn eigen weg in de aanloop naar het EK. “Vaak merk ik bij de start van een toernooi dat de scherpte eraf is. Dat ik niet helemaal fris ben.” Daar moet verandering in komen. En dus zet hij nu een stapje terug om optimaal uitgerust te beginnen aan het toernooi in Dordrecht. “Ik doe alles net even een tandje lichter. Het is uitvogelen wat voor mij het beste werkt.”

Het ene lichaam reageert nou eenmaal anders dan het andere. “We doen alles in teamverband. Dat is onze kracht. Maar het kan ook te veel van je vragen. Sjinkie is op het moment sowieso een niveau hoger, daar kunnen wij ons mooi aan optrekken. Ik kan veel training aan, maar heb misschien langer nodig om te herstellen”, legt de schaatser uit Aldeboarn uit.

Individueel lukte het vaak niet, al was er in 2012 wel brons op de 500 meter in de wereldbeker. Beter komt Breeuwsma tot zijn recht op de aflossing. Op dat onderdeel won hij al twee Europese titels en is hij de regerend wereldkampioen. “Dan kan ik wat extra en ben ik zeker niet de vierde man”, stelt Breeuwsma. 

“De relay zit in mijn systeem. Ik ben gebouwd voor dat onderdeel. Intervalwerk gaat mij heel goed af. Ik zou niet weten wanneer ik voor het laatst gesloopt ben in een relay. Tja, afgezien van de Spelen dan”, zegt hij met een wrange glimlach als zijn gedachten even terug gaan naar februari, toen het uitzicht op een olympische plak al in de eerste bocht sneuvelde.

Op de één of andere manier schaatst hij het teamonderdeel makkelijker dan de individuele afstanden. “In die paar rondjes rust ben ik hersteld en ik draag de snelheid makkelijk.” En juist daar ligt bij de individuele afstanden de moeilijkheid voor Breeuwsma.

“In de trainingen en op de relay heb ik meer de tijd om gevoel voor het schaatsen te krijgen. Het lijkt soms wel of ik na de start een beetje verkramp. Dan is het einde zoek. Je doorbloeding wordt minder en je benen lopen sneller vol. Dan is het moeilijk om technisch te blijven schaatsen.”