Als Breeuwsma uit het raam kijkt, ziet hij in de verte zijn ouderlijk huis. Op de boerderij groeide hij op met alle ruimte op het erf en een weids uitzicht. Zet Breeuwsma in een rijtjeshuis of in de stad en hij wordt doodongelukkig. “Ik kijk mooi uit over het land en heb van niemand last. Dit is een luxepositie”, realiseert hij zich. “Ik ben een beetje verwend, ik ben die ruimte gewend.”

Met het kopen van zijn woonboerderij deze zomer heeft hij een jeugddroom gerealiseerd. Al jong sprak hij over dit huis. Het land grenst aan dat van het boerenbedrijf, inmiddels gerund door zijn broer. “We hebben er vaker over gesproken dat dit een mooi huis zou zijn. We keken nog niet uit naar een ander huis, maar de vorige bewoners kwamen van de zomer bij ons. Dan moet je erbij zijn”, vertelt Breeuwsma. “Dan moet je alles op alles zetten. Het waren een paar spannende weken.”

Ondanks dat hij hemelsbreed maar een kilometer van het huis waar hij opgroeide woont, is Breeuwsma nu officieel inwoner van Akkrum en niet meer van zijn geboortedorp Aldeboarn. “Mensen vinden het soms jammer dat ik niet meer in het dorp woon”, zegt Breeuwsma. Lachend: “Maar ze mogen niet klagen, ze hebben Jorrit en Heather nog (Bergsma en zijn Amerikaanse vrouw Richardson – Bergsma,, red.).”

Met alle ruimte rond het huis en een grote schuur, heeft Breeuwsma nu eindelijk de mogelijkheid om zijn trots bij huis te stallen. En dan hebben we het niet over snelle auto’s. De 27-jarige Fries bezit een dertien ton zware graafmachine. Want op het land werken met grote machines, is wat hij het liefste doet. “We hebben de platen beton van de oude ijsvloer van Thialf opgekocht. Die gaan we in de zomer het land in leggen. Het is hobby voor me, ik vind dat mooi”, aldus Breeuwsma, die op zijn eigen erf ook nog genoeg te doen heeft.

Samen met zijn vriendin Rianne de Vries, die ook in de Nederlandse ploeg schaatst, trok hij half oktober in zijn nieuwe huis. “We hebben het een beetje opgeknapt en geschilderd. Het eigen gemaakt.” Het huis is een project voor de komende jaren. Zoals de meeste oude boerderijen heeft het huis van Breeuwsma weinig isolatie.

“Het zijn allemaal kleine kamertjes, hokjes en gekke gangetjes. We willen het isoleren en maken zoals we het willen hebben. Maar dat heeft geen haast. We gaan het door de jaren heen veranderen. Het hoeft niet in één keer, dan kost het veel te veel energie.” Voor april, als het schaatsseizoen voorbij is, heeft Breeuwsma al een project op het oog. Een uitbouw in de schuur. “De badkamer is echt erg, die is aan vervanging toe.”

Zijn woondroom is gerealiseerd, maar in het schaatsen heeft Breeuwsma nog genoeg doelen om na te jagen. De stabiele factor in de aflossingsploeg mikt op individueel succes. Bij de start van het wereldbekerseizoen was de voormalig wereldkampioen relay gelijk scherp. In Montreal bereikte hij de finale op de sprint, vier jaar na zijn bronzen plak in de wereldbeker in Sjanghai. Een medaille zat er niet in, maar de Fries toonde zijn goede vorm. “Weer een finale, dat was een tijdje terug. Dit was op eigen kracht en dat geeft vertrouwen.”

Een week later presteerde hij een stuk minder. Eigenlijk stond Breeuwsma met een blessure op het ijs. Een pees van zijn linkerknie was geïrriteerd. Een peesontsteking. De aanhechting van zijn bovenbeenspier speelde al vaker op de afgelopen jaren. “Op links heb je zo veel druk in de bochten. Het is nu belangrijk om weer pijnvrij te kunnen schaatsen. Maar ik wil hier goed naar laten kijken, misschien is een operatie na het seizoen mogelijk.”

Wat Breeuwsma kan verwachten van de wereldbekers in Azië is door zijn opspelende knie onduidelijk. De twee wedstrijden zullen voor hem vooral in het teken staan van herstel. “We hebben gekeken of het zin had om mee te gaan. Het tweede deel van het seizoen is belangrijker.”

“Maar ik heb toch de keuze gemaakt om af te reizen. Onze fysio is mee en kan mij dagelijks behandelen. Het is even afwachten welke afstanden ik in het eerste weekend kan racen”, aldus Breeuwsma, die baalt van de fysieke tegenslag. “Als je voelt dat je mee kan doen in de wereldtop, dan wil je die lijn doortrekken. Dan moet je niet stil staan.”