“Sjinkie slaapt bij het raam, ik bij de kast”, vertelt Daan Breeuwsma, die vrijdag met ambities aan het KPN WK Shorttrack begint. “Ook ga ik altijd eerst douchen. Daarna gaat Sjinkie. Ook als ik wat langer op bed lig. Dan wacht Sjinkie gewoon."
De twee routiniers (Breeuwsma is 29, Knegt 27) nemen in tegenstelling tot enkele jongere teamgenoten nooit een spelcomputer mee in hun koffer. “Nee, daar zijn we niet mee opgegroeid en dat krijg je er bij ons ook niet meer in. Maar we hebben de dikste lol samen. En soms kunnen we twee uur stil zijn zonder dat ik de behoefte voel om die stilte te doorbreken.”
“We zijn gewoon heel goede maatjes. Vroeger trokken we al naar elkaar toe. En toen we samen in de nationale ploeg kwamen werden we vanzelf bij elkaar gelegd. Twee stugge Friezen kun je beter apart houden, want daar kan je niks mee. Zo werd er waarschijnlijk toen over ons gedacht, haha.”
Goud op de relay
Breeuwsma weet en merkt ook dat alle ogen voor en tijdens het WK gericht zijn op zijn kamergenoot, die in 2015 al wereldkampioen werd. En dat vindt Breeuwsma prima. “Laat mij maar lekker onbevangen mijn ding doen. Dan ben ik tot mooie dingen in staat.”
Wat voor mooie dingen? “Nou, wat betreft de relay (ploegaflossing, red.) is het duidelijk. Die willen we winnen. We hebben al bewezen dat we grote wedstrijd kunnen winnen, dat moeten we nu bevestigen. En op de individuele nummers wil ik vooral mooie en goede ritten rijden. Dan is er van alles mogelijk. Ja, misschien wel een podiumplaats.”
Breeuwsma richt zich vooral op de 500 en 1000 meter. “Dat zijn mijn beste afstanden. Maar dat zei ik voor het EK in Dordrecht ook en toen pakte ik een medaille op de 1500. Dus je weet het nooit. Maar op de 1500 maak ik alleen kans als alles goed valt. Op de kortere afstanden kan ik echt meedoen.”
Extra druk omdat hij in eigen land rijdt voelt de voormalig wereldkampioen op de relay niet. Integendeel. “Ik heb vaker een titeltoernooi in Nederland gereden. Ik kon toen altijd wat extra’s.”