Op de dag dat bekend wordt dat Marcel Bosker een aanwijsplek krijgt voor de olympische ploeg, neemt hij zelf deel aan het Daikin NK Marathon. Hij eindigt knap als zesde in het marathongeweld en is 'helemaal naar de kloten'. Na afloop blikt hij terug op de enerverende dagen en uren die achter hem liggen.
Woensdagmiddag werd Bosker gebeld met het nieuws dat hij mag afreizen naar Milaan. In eerste instantie was zijn derde plek op de vijf kilometer onvoldoende, maar omdat de KNSB de medaillekansen van de ploegenachtervolging groter acht dan die van de derde man op de 1500 meter, is besloten Bosker aan te wijzen voor het teamonderdeel. Dat gaat ten koste van Prins, die buiten de olympische ploeg valt als tiende man. "In eerste instantie was ik blij en opgelucht, maar na het gesprek met Tim had ik de tranen in mijn ogen staan. Dit is niet leuk. Ik ben heel goed met Tim, hij is mijn maatje."
De 28-jarige schaatser hield na het OKT rekening met alle scenario's. "Het liefst had ik bij de eerste twee op de vijf en tien kilometer gezeten. Dat is net niet gelukt. Dan kom je in zo'n onzekere situatie terecht. Ik kan zelf niet bepalen of de ploegenachtervolging belangrijker is dan de 1500 meter van Tim. Iedereen vindt zijn plek belangrijk."
Net als in 2022 heeft de 28-jarige schaatser zijn selectie te danken aan een aanwijsplek. In Beijing liep het voor het drietal Kramer, Roest en Bosker slecht af. Ze eindigden als vierde. Hoe kansrijk acht Bosker ditmaal de ploegenachtervolging met Stijn van de Bunt, Chris Huizinga en hemzelf? "Ik denk niet dat we een gelegenheidstrio hoeven zijn, Stijn heeft heel goede tijden gereden op het OKT, absurd. Ook zijn 1500 meter viel mij niet tegen. Daarom denk ik dat we mee kunnen doen om de medailles. Ik wil veel samen trainen en hoop dat we in Tomaszow (tijdens het EK volgende week, red.) al kunnen knallen. Dan weet je gelijk waar je staat qua wedstrijdniveau. Deze week gaan we om tafel en een plan van aanpak bedenken."