De afgelopen jaren was Bökkerink vaste reserve bij de relay op grote toernooien. Hij hikte tegen de top vier van het Nederlandse team aan. Dat was ook zo bij de Olympische Spelen van afgelopen winter. Hij was aanwezig in Sotsji, maar kwam uiteindelijk niet in actie op het wedstrijdijs.

Met het oog op de toekomst leek hij die reservepositie om te kunnen wisselen naar een vaste plek in de ploeg. Oudgediende Niels Kerstholt liet immers weten zijn carrière af te zullen bouwen. “Dat klopt en daarom was het ook geen gemakkelijke keuze om te nemen”, zegt Bökkerink tegen schaatsen.nl.

Tegelijkertijd vond hij het fijn dat hij wel iets te kiezen had. Hij hoefde niet noodgedwongen zijn sport op te geven. “Alle deuren stonden open.”

Bökkerink wist dat een keuze voor het shorttrack een keuze voor vier jaar, tot de volgende Winterspelen zou inhouden. “Het is een hele beslissing om vier jaar door te gaan. Je doet het immers niet meer voor een EK of een WK, maar voor de Spelen.” Die vier jaar zijn hem te kostbaar.

“Ik ben nu 21 en als ik de keuze voor de sport zou maken, dan zou ik alles erin stoppen, er vol voor gaan. Dat betekent dat ik op zijn vroegst op mijn 25e of 26e de studie die ik wil doen zou kunnen oppakken. Dan ben ik te laat. Die studie sluit daar niet op aan en dan begin ik met een achterstand”, zegt Bökkerink, die verwacht dat in de competitieve financiële wereld een leeftijdsachterstand niet zomaar overbrugd kan worden en het risico niet wil nemen.

De liefde voor het schaatsen is nog niet weggezakt, benadrukt hij. “Ik vind schaatsen geweldig. Ik ben op mijn achtste begonnen en ik deed het altijd heel graag.”

Vol tevredenheid kijkt Bökkerink terug op zijn shorttrackcarrière. “Ik heb alles mee mogen maken: EK’s, WK’s en de Spelen. Ik ben gestopt op het moment dat Nederland het WK gewonnen heeft. Daar kijk ik met veel blijdschap op terug en ook op alles dat ik heb meegemaakt met het team, los van alle wedstrijden.”

De oud-shorttracker heeft inmiddels een kamer in Amsterdam en maakt zich op voor het studentenleven. Of de schaatswereld nog van hem zal horen, weet hij niet. “Misschien hoor je weer van me als ik over een paar jaar naar een grote bank in Londen ga.”

Bondscoach Otter noemt het vertrek van zijn pupil ‘heel jammer’. Met het wegvallen van Kerstholt uit het relayteam was Bökkerink een jonge, maar tegelijkertijd al behoorlijk ervaren kracht. “Hij had de afgelopen jaren de lastigste positie: reserve, maar hij was altijd klaar om in te vallen. Op het EK in 2012 hoorde hij tien minuten van tevoren dat hij moest rijden en hij stond er. Die kwaliteit heeft niet iedereen. Nu moet ik kijken of we weer zo’n jongen kunnen vinden.”

Otter heeft begrip voor de keuze van Bökkerink, maar was ook benieuwd geweest hoe ver zijn rijder had kunnen komen. “Aan de ene kant is het te prijzen dat hij voor zijn studie kiest, maar voor mij als coach is het jammer omdat ik hem niet in zijn prime years heb kunnen zien.”

Wat de uiteindelijke consequenties voor de relayploeg zijn, weet Otter niet. “We zijn bezig met het project Pyeongchang 2018 en daar is het beleid op gericht. Chris paste daar goed in, maar we hebben nog de tijd om het op te vangen.”

Voor de relay in het komend seizoen betekent het afscheid van Bökkerink wel een tegenslag. “Het zal moeilijk worden”, geeft Otter toe.