Dit weekend worden in Groningen alweer de eerste World-Cup tickets verdeeld. Clafis-rijder Bob de Vries wist zich al eens eerder te plaatsen voor het wereldbekercircuit, maar is naar eigen zeggen te wisselvallig. “Dat moet anders, ertussenin hangen brengt geen voldoening.” 

De Vries komt oorspronkelijk uit het marathonschaatsen, waar hij de eerste zes jaar van zijn schaatscarriers spendeerde. “Jillert riep toen ineens, dat langebanen kunnen jullie ook! Maar dat is eerst zien, dan geloven dacht ik. Zelfvertrouwen is daarin belangrijk.” 

Het leek voor de boer uit Haule meteen een succesverhaal te worden. Hij pakte zilver op de tien kilometer tijdens de WK Afstanden van 2010 en haalde op de ploegenachtervolging het brons binnen met Jan Blokhuijsen en Koen Verweij. “Ik wilde toen graag doorstromen, maar ben op de een of andere manier achtergebleven”, vertelt hij.

Waarom het niet wilde lukken blijft voor De Vries een raadsel. “Ik kan daar niet goed de vinger opleggen. Tijdens de NK Afstanden het jaar erop kreeg ik last van een rugblessure, maar ik heb ook weleens gedacht dat het iets mentaals kon zijn, maar ik heb geen overdreven last van zenuwen.” 

De rugproblemen zijn verleden tijd en De Vries voelt zich beter dan ooit. Tijd om die World Cup-tickets binnen te slepen, toch? “Ik wil heel graag, maar het gevoel van moeten is weg. Dat had ik vroeger wel.” 

“Ik zit nu al een paar jaar in hetzelfde schuitje. Bij tijd en wijlen zit het erin, maar het is frustrerend wanneer je dan weer nét niet goed genoeg bent. Fysiek ben ik goed, alleen ontspanning vinden op de vijf en tien is lastig. Het doel is om constant de racen. Dat ging vorig jaar gelukkig al een stuk beter.”

Op de eerste dag van de KNSB Cup komt De Vries in rit vijf van de vijf kilometer in actie tegen marathoncollega Bart Mol. Mocht dat onverhoopt onsuccesvol uitpakken tijdens het toernooi Groningen zal hij zich gewoon op de marathon gaan richten. “En dat is ook geen straf, mijn hart ligt bij de marathon. Het voordeel van de is ook dat je twee weken slecht kan rijden, maar dat je hele seizoen dan niet verpest is. Op de langebaan heb je eigenlijk maar één kans.” 

Met een flinke lijst aan marathonoverwinningen en Nederlandse titel natuurijs op zak mag De Vries zich een van de beste marathonschaatsers noemen. “Maar dat is op de langebaan natuurlijk niet het geval. Wat een Wüst of Kramer hebben bereikt in hun carrière zal mij nooit meer lukken, maar de sport is mondiaal groter en de drang zit hem nu vooral in de uitdaging.”

De marathon-en langebaandelegatie van Jillert Anema komt na de wedstrijd in Groningen in een tweedeling terecht, vertelt De Vries. “De World Cup-rijders zullen zich op korter werk gaan richten, de marathondeelnemers meer op duurtraining.”

Mocht het hard gaan vriezen, waardoor de tocht der tochten eindelijk weer verreden kan worden, lijkt de laatste trainingsvariant een iets betere optie. “Ja, daar denk je dan toch stiekem een beetje over na, dat zou de enige wedstrijd zijn die echt telt voor mij.”

Liever een Elfstedentocht dan naar de wereldbekerwedstrijden dus? Een volmondig ‘Ja’, volgt. “Als ik mag kiezen komt er liever een Elfstedentocht dan dat ik naar de World Cups ga. Het is al twintig jaar geleden. Ik ben nu tweeëndertig een het moet dus niet te lang meer duren”, lacht hij. “Sommige rijders dromen als kleine jongen van olympisch goud, ik droom van een Elfstedentocht.” 

Als De Vries zijn eigen ideale seizoen mag uitstippelen gaat dat er als volgt uitzien. “Ik plaats me voor de wereldbekerwedstrijden. In januari mag het dan hard gaan vriezen voor de Elfstedentocht en dan in februari de WK Afstanden”, glundert hij.