Kijk hem stralen op de tribune van het shorttrack-stadion. Naast hem twee Koreaanse fans, die ‘coach Bob’ nog wel herkennen uit zijn tijd als assistent-bondscoach van hun schaatsers bij de Spelen van Pyeongchang (2018). De Jong, stayer pur sang, vindt dit spectaculaire spelletje op de schaats minstens zo mooi als het langebanen. Dat Xandra Velzeboer en Jens van ‘t Wout er met het goud vandoor gaan, maakt het feestje compleet. “Wat een topdag”, zegt de man die in 2016 afscheid nam als schaatser. “Jammer dat Selma Poutsma net geen brons greep.”
In Italië voelt hij zich op zijn gemak. Dit land zit in zijn hart, sinds hij hierover voor een project op de basisschool een boekje mocht maken. Hij koos voor Italië, omdat de laarsvorm van het land hem zo aansprak. “Sindsdien is het altijd mijn favoriete land gebleven.” Het geluk zit hem in kleine dingen: ontbijten met een cappuccino en croissantje, genieten van een eenvoudige pasta en de hele dag lekker dat Italiaanse geklets om je heen.
Niet gek dat De Jong juist in Italië het hoogtepunt van zijn schaatsloopbaan beleefde. Na het zilver in Nagano (1998) en helemaal niks in Salt Lake City (2002) vielen in Turijn (2006) alle puzzelstukjes in elkaar. Bob werd olympisch kampioen op zijn afstand, de tien kilometer. Zijn jongensdroom werd werkelijkheid, hij raakte dronken van geluk en in de lange nacht die volgde waande hij zich eventjes een soort god.
Twintig jaar later is hij terug op de Spelen in Italië. Niet in Turijn, maar een stukje verderop in Milaan. Afgelopen weekend maakte hij al deel van de delegatie olympische legenden, die twee dagen te gast was van sponsor Staatsloterij. “We zijn echt in de watten gelegd”, zegt De Jong. “Het deed me een beetje terugdenken aan dat gevoel dat ik toen had in Turijn. We werden echt behandeld als helden. Het was fijn om met – zeg maar – soortgenoten onder elkaar te zijn: je weet allemaal wat het is om een medaille te winnen op de Spelen. Het was ook leuk om te luisteren naar de verhalen van vroeger, onder anderen van Peter Nottet en Lieuwe de Boer.”
Zondagavond vloog hij met ‘the legends’ terug naar huis, was een paar dagen bij zijn gezinnetje in het Friese Goutum, en woensdagavond was hij weer terug in Milaan. Daar begon deel twee van zijn olympische missie van 2026, als anonieme toeschouwer deze keer: een trip van drie dagen met daarin twee wedstrijdbezoeken: het shorttrack van gisteravond, met die geweldige dubbelslag van Jens en Xandra, én natuurlijk de tien kilometer van vanmiddag. “Dat wordt superspannend, met een stuk of vijf mannen die kans maken op het goud. Hoe mooi is dat!”
De vijf kilometer voor vrouwen, met het zilver voor Merel Conijn, volgde Bob in het ISU Home of Skating. In een Milanees hotel heeft de Internationale Schaatsunie een ruimte gecreëerd om gasten te ontvangen: schaatsliefhebbers uit heel de wereld zijn er welkom. Je kunt daar op een groot scherm live wedstrijden kijken, onder het genot van een hapje en drankje. De vijf kilometer bleek een wedstrijd om je vingers bij af te likken. Bob: “Wat een apotheose.” Het erepodium was Italiaans-Nederlands-Noors en de nummer vier, uit België, had het goud op slechts 0,3 seconde (!) misgelopen...
“Prachtig om te zien hoeveel landen op die lange afstanden meedoen om de medailles”, zegt De Jong. “Bij de tien kilometer is het niet anders. Kijk eens wie straks strijden om het goud: we hebben twee Italianen, een Tsjech, een Russische Pool, een Fransman, met als outsiders een Nederlandse Canadees en natuurlijk onze eigen Stijn en Jorrit. De Amerikaan is helaas afgehaakt. Maar zo’n internationaal veld is geweldig, bij de laatste tien kilometer in de World Cup had je negen nationaliteiten in de top-tien. Wie had dat pakweg tien jaar geleden gedacht?”
Zijn verklaring voor die internationalisering is heel duidelijk. “Dit hebben we te danken aan de teamonderdelen: de ploegachtervolging en zeker ook de mass start. Rijders uit kleinere landen zagen hierdoor kans om ook om de medailles mee te doen. Dat werkt motiverend. Sterker: een schaatsster als Francesca Lollobrigida heeft hieruit de moed geput om door te blijven gaan. Zonder de mass start was zij allang afgehaakt. Kijk eens wat zij hier presteert: twee keer goud, zij schrijft haar eigen sprookje. Geweldig toch?”
In het Speed Skating Stadium van Milaan zit De Jong vanmiddag vast weer op het puntje van zijn stoel om de mannenstrijd te volgen op hún langste afstand van dit toernooi. Één puntje van kritiek wil hij vooraf wel kwijt. Mede gelet op de entreeprijzen, die tot 450 euro per ticket oplopen, zou je de toeschouwers meer moeten bieden dan één afstand per dag. “Neem de 1000 meter: vijftien ritten van elk ruim een minuut. Of de vijf kilometer: zes ritten van zeven minuten. Daar doen ze dan nog een dweilpauze tussendoor, die helemaal niet nodig is. Ik zou zeggen: laat zowel de mannen als de vrouwen op één dag in actie komen, dan krijgt het publiek meer waar voor zijn geld.”
Dat gezegd hebbend, wordt het tijd voor een prognose, want natuurlijk zijn we benieuwd naar de verwachtingen van Bob, dé specialist van deze tien kilometer. In de statistieken voert de geboren Leimuidenaar trots de ranglijst aan. Geen enkele olympische kampioen slaagde erin een tweede titel op deze langste schaatsafstand te pakken. Van alle 23 winnaars behaalde De Jong het meeste eremetaal ernaast: een zilveren en twee bronzen medailles.
Goed, wie verwacht Bob vanmiddag op het erepodium? “Ik denk het goud voor Jílek zal zijn. De Tsjech is zo jong al zo goed, net zoals Martina Sablikova indertijd. Hij is geen Nils van der Poel, die even zijn kunstje komt doen en dan weer weg is. Ik verwacht dat we van Jílek ook nog lang zullen genieten, maar hij heeft het nú al in zich om die titel te pakken. Het zilver gaat naar Ghiotto en het brons naar Semirunniy. Het wordt vast en zeker een nek-aan-nek-race. Ik heb er heel veel zin in!”