Nog voor het begin van de wedstrijden meldde Sverre Lunde Pedersen zich ziek af en de Russische favoriet Denis Yuskov presteerde ondermaats. Van de vier belangrijkste schaatsers waren alleen Sven Kramer en Bart Swings nog over.

Blokhuijsen werd van door zijn Belgische ploeggenoot al bij de toprijders geschaard, maar zelf hield hij de boot nog wat af. “Iedereen kan wel zeggen dat het beter gaat, maar je wil het eerst zien”, zegt hij.

Swings bleek gelijk te hebben, want voor het eerst in tijden reed Blokhuijsen weer een goede vijf kilometer. “Het is lang geleden dat ik zo dicht achter Sven zat”, geeft hij toe. “Dat was misschien op het OKT.”

En Blokhuijsen moest het tijdens zijn rit helemaal alleen doen, want zijn tegenstander Douwe de Vries bleek ziek te zijn en kon geen tempo maken. “Douwe had van tevoren al tegen me gezegd dat hij niet zo goed was”, vertelt Blokhuijsen.

Het bracht hem niet van de wijs. “Dit was echt gewoon een goede race op het moment dat je goed moet zijn”, zegt hij. Met zijn goede eerste dag keert Blokhuijsen twee jaar na zijn Europese titel weer terug in de top van de allrounders en kan hij als vanouds waarschuwen voor te veel optimisme. “We hebben nog twee afstanden te doen.”

Toch overheerst zaterdagavond vooral de blijdschap in Minsk dat de 26-jarige eindelijk op weg is naar zijn oude niveau. “Nu aan de wodka!”, grapt hij.