In de middag ging ik naar Zwitserland tegen Zweden. Wat ik zag had meer weg van een potje stoeien met stick en puck. Spelers sloegen met hun stick op elkaars rug. Ze beukten hun tegenstander tegen het plexiglas langs de baan. Ze duwden en ze trokken.

Bijna nooit lukte het een van de teams om een gedegen actie op te zetten en tot aan het doel van de tegenstander uit te voeren. Het was frommelen en wroeten, vechten en rammen.

Later op de dag schoof ik ook nog even aan voor Canada tegen Oostenrijk en Finland tegen Noorwegen. Canada en Finland lieten een hoger niveau zien. Iets vaker kwam de puck van de ene naar de andere ploeggenoot, maar het bleef een rommeltje.

Het is vast een mooi spelletje om te doen. Daarnaast is het spectaculair om te zien hoe de spelers achteruit en zijwaarts schaatsend hun kamikazetegenstanders ontwijken en vol blijven houden als ze tegen de grond worden gewerkt, maar langer dan een kwartier hield het mijn aandacht niet vast.

Ik miste drama, vermoeidheid, afzien. Dat is wat ik zo mooi vind aan langebaanschaatsen: je ziet de rijders op het toppen van hun kunnen presteren en het is meteen te zien als ze te diep zijn gegaan. Ze komen omhoog, de techniek gaat naar de vaantjes. De monden open, slijm op de lippen, en totale uitputting of euforie als ze over de streep komen.

Bij shorttrack is de combinatie van strijd, behendigheid en uithoudingsvermogen zo schitterend. Je ziet rijders inzakken als ze te lang op kop gereden hebben en in een laatste inspanning voor de streep hun schaats naar voren steken. Je ziet een perfecte symbiose van techniek, tactiek en fysieke kracht.

In hun grote pakken met helmen, padding en handschoenen zag ik bij de ijshockeyers geen spoor van vermoeidheid. Ik kon niets aan ze zien. Er werd bovendien zoveel gewisseld dat ik op een gegeven moment niet meer wist wie er op de baan was.

Als een anonieme verzameling bescherming en sticks gleden ze over het ijs. Ze botsten tegen elkaar, tegen het ijs en soms ook tegen de scheidsrechter. Na drie periodes stonden de scores op het bord. De Canadese pakken waren beter dan de Oostenrijkse. De Zweden konden beter frommelen dan de Zwitsers en de Finnen beukten langer en beter door dan de Noren.

Ik nam het allemaal voor kennisgeving aan. Gelukkig gaan we vandaag weer schaatsen.

Schaatsen.nl-verslaggever Erik van Lakerveld belicht zijn belevenissen in Sotsji dagelijks in een weblog.