De eerste ritten van de olympische vijf kilometer leken wel een trainingswedstrijdje op een dinsdagnamiddag. Er zat wel publiek op de tribunes, maar veel meer dan een licht gefluister en af en toe een beleefdheidsapplausje zat er niet in.
Collega-journalisten beklaagden zich onderling en op Twitter over het gebrek aan sfeer in de schaatshal. Ook ikzelf verbaasde me erover hoe stil het bleef. Natuurlijk, de rit Sebastian Druszkiewicz tegen Patrick Meek is geen nagelbijtertje, maar ik had verwacht dat het publiek zich op zijn minst warm zou roepen om bij de finale tot grootse hoogten te kunnen stijgen.
Ik had me vergist. Het publiek in Rusland heeft geen opwarming nodig. Toen Denis Yuskov als eerste van de drie wit-blauw-rode helden op het ijs verscheen barstte de bom. "Россия! Россия!", brulden de Russen en masse. "Rusland! Rusland!".
Het hele stadion vibreerde en dat bleef 12,5 ronde zo doorgaan, want Denis was bezig aan de snelste rit tot dan toe. Helemaal een gekkenhuis werd het toen Ivan Skobrev aan de start verscheen in de rit erna. De blonde reus is nog altijd de publiekslieveling, alhoewel die status na zijn zevende plek op de vijf kilometer misschien wel veranderd is.
Het is duidelijk: voor sfeer in de schaatshal moeten er Russen rijden. Ik houd mijn hart vast voor de 1500 meter bij de heren. Wat als Yuskov daar een medaille grijpt? Is de Adler Arena op zo’n explosie van geluid wel berekend? Of als Olga Fatkulina haar benen van het WK van vorig jaar terugvindt?
Het grootste gevaar voor de veiligheid zijn geen terroristen, maar een Russische gouden medaille. Россия! Россия!