Er was aardig wat belangstelling voor de turnoefeningen in de lucht. Later op de dag bekeek ik het RusSki Gorki Jumping Centre de landenwedstrijd schansspringen. Wederom was er aardig wat publiek.

Toch was het er niet veel drukker dan in de Adler Arena. Ook daar zit bij alle wedstrijden behoorlijk wat publiek. Het is niet vol, maar dat was het dus ook niet bij de sneeuwsporten die ik zag.

Vanuit de schaatshal jutten de Nederlanders elkaar snel op met negatieve sentimenten. Zo zou de publieke belangstelling voor de langebaan tegenvallen, maar het is niet alleen daar het geval.

Het is overal rustig. Op het olympisch park, tussen de stadions, zijn zelden mensenmassa's te zien. Alleen misschien als er een belangrijke ijshockeywedstrijd afgelopen is. Dan ziet het even zwart van de mensen, maar heel even maar.

De belangstelling voor de Spelen in het algemeen is mager hier in Sotsji, maar dat is ook niet zo gek. Afgezien van het 145 kilometer lange lint aan dorpjes en steden die samen Sotsji genoemd worden is het gebied woest en ledig.

In totaal wonen er bijna 350.000 mensen in Sotsji, een inwonertal vergelijkbaar met Utrecht. De volgende steden liggen uren reizen verderop. Er is dus geen grote basis aan sportliefhebbers die vanuit de regio de Spelen bezoeken.

Van de toeschouwers uit de buurt moeten de Spelen het ook om andere redenen niet hebben, want de lonen zijn er laag en de toegangsprijzen voor de Spelen hoog.

Voor de buitenlandse sportliefhebbers is Sotsji over het algemeen moeilijk om te komen, een beetje een eng gebied en vanwege de reis ook al snel aan de dure kant.

Het zijn, kortom, ontoegankelijke Winterspelen. Dat mag het IOC zich aanrekenen en hopelijk nemen ze die factor in de toekomst mee in hun besluitvorming.

Schaatsen.nl-verslaggever Erik van Lakerveld belicht zijn belevenissen in Sotsji dagelijks in een weblog.