Een fragment uit een interview met Lollobrigida in oktober 2013: "Laten we eerlijk zijn, in Nederland weten ze hoe je moet schaatsen. Het is de beste leerschool op dit gebied. En in zeventig rondjes per marathon heb ik aardig wat tijd gehad om te leren. Bovendien vond ik het echt leuk. Het ligt dicht bij het inlineskaten waar ik vandaan kom."
Ten tijde van het interview stond ‘Lollo’ pas een jaar op schaatsen. Wim Dillen, een marathonrijder bij de beloften, kende haar vanuit het skeeleren en maakte haar wegwijs in de marathonwereld. Maar de vrouw die bij elkaar zestien wereldtitels veroverde op wieltjes, had weinig tijd nodig om te wennen. In oktober 2012 schaatste ze haar eerste marathon, een maand later stond ze al op de bovenste trede van het podium. De organisatie was daar niet op berekend, want bij de huldiging kreeg ze alsnog het Wilhelmus te horen. Uiteindelijk schreef ze in zeven jaar tijd 24 marathons op haar naam.
De vele winters in Nederland waren in eerste instantie uit nood geboren, zo deelt haar oude ploeggenoot Lisa van der Geest. “Het is voor haar zoeken geweest, omdat ze niet bij de Italiaanse ploeg wilde trainen. Eerst heeft ze zich in Nederland bij de marathonteams gevoegd, later bij de langebaan en vervolgens ging ze met de inlineskaters in Italië trainen. Francesca moest ontdekken wat bij haar paste. De afgelopen jaren heeft ze volledig onder Maurizio Marchetto getraind, wat zich nu uitbetaalt.”
De Italiaanse filosofie trok ze in Nederland ook door. “Zij trainde zo knetterhard, dat de marathons een eitje waren”, vult Lisanne Buurman aan, die in de winters van 2013/2014 en 2014/2015 bij Lollobrigida in de ploeg zat. “De meeste marathonrijders schaatsten naast hun studie of werk, voor Lollo was het een opstapje naar wat ze nu heeft bereikt. Op dat moment had ze al in haar achterhoofd dat ze de Spelen wilde halen.”
Als adjudant had Buurman de taak om Lollobrigida te ondersteunen. “Maar als teamgenoten konden we niet veel voor haar betekenen. Ze deed veel zelf, wist waar ze moest zitten in het peloton. En ze lette altijd heel goed op Irene (Schouten, red.), die andersom ook altijd in de gaten hield waar Francesca was.”
Zowel Van der Geest als Buurman had al door dat haar mentaliteit uitzonderlijk was. “Als Francesca een streep ziet, dan moet zij daar als eerste zijn. Zij heeft zoveel passie en wil zo graag winnen. Met die kop van haar kan ze dieper gaan dan alle anderen”, aldus Buurman.
Van der Geest voegt toe: “Ze was echt een bijter. Ze kwam goed uit de verf met haar eindschot, maar had nog moeite om alleen te schaatsen. In de marathon kon ze zich goed verschuilen – dat spelletje kon ze heel goed vanuit het inlinen – maar technisch moest ze nog wel stappen zetten om alleen te leren schaatsen. Dat heeft ze verbazingwekkend goed gedaan de afgelopen jaren. Destijds had ik niet verwacht dat ze ook op individuele nummers de beste kon worden.”
Van der Geest, moeder van twee, vindt het vooral opvallend dat ze na de geboorte van haar zoontje sneller is dan ooit. “Heel knap dat ze dit presteert na zo lang borstvoeding te hebben gegeven. Ik weet zelf hoe pittig dat is. Veel respect voor haar.”
Die hechte familiebenden zijn juist een ingrediënt van het succes. “Haar familie was altijd al erg betrokken bij het schaatsen. Ze reisden mee naar trainingskampen, haar vader bemoeide zich met het trainingsschema en ze hadden hun eigen visie op voeding”, vertelt Van der Geest. Buurman: “De hele familie ademt sport. Met haar ouders en zusje samen leverde ze 110 procent. Alles deden ze voor het schaatsen. Deze twee olympische titels zijn dan ook echt een familieoverwinning.”