Ze zag er, eerlijk is eerlijk, ook kapot en gehavend uit, Bianca Roosenboom. Zeker toen ze ook nog eens rondliep met een pak ijs tegen haar rechterschouder. ’’Ik heb blijkbaar een dranghek geraakt. Heb ik helemaal niets van gemerkt’’, verklaarde ze.

Maar dat was een pijntje achteraf. De echte pijn voelde ze tijdens de koers. Haar lijf werkte niet mee, en ook de techniek liet haar in de steek, stelde Roosenboom. ’’Het liep helemaal niet. Technisch gezien was dit absoluut mijn slechtste koers van het jaar. Maar ik was ook moe. In dat opzicht vraag ik me af in hoeverre die vier keer honderd meter van dat NK me al hebben opgebroken. Ik voelde dat echt wel, vooral in mijn liezen.’’

Onderweg speelde Roosenboom meerdere keren met de gedachte uit te stappen. Klaar mee, ophouden. ’’Dat wilde ik echt. Maar aan de andere kant gaat dat je ook weer te ver. Ik verdedigde hier wel mijn titel. Die wil je ook niet zomaar opgeven. Het rare was bovendien dat de koers wel in mijn voordeel liep. Ik kon steeds makkelijk meeschuiven. Maar het voelde gewoon niet goed.’’

Toch kreeg ze uiteindelijk zowaar nog een kans op het podium. En meer zelfs. Iedereen in het pelotonnetje zag hoe Corina Strikwerda weg was, samen met Nadia Meijer. Die laatste ging alleen door op het moment dat Strikwerda moest passen. Een sensatie leek in de maak, want van die iele Purmerendse hadden de meeste rijdsters zelf nog nooit gehóórd. Maar Irene Schouten voorkwam de meest opmerkelijke zege sinds vele jaren. De Andijkse dichtte het gat, maar maakte zo de weg vrij voor Roosenboom.

’’Ik had dat gat echt nooit zelf dicht gekregen’’, gaf Roosenboom volmondig toe. ’’Maar Irene Schouten deed het wel. Dat gaf me opeens nog een kans. Met nog 500 meter te gaan lag ik tien meter achter, maar in het laatste stuk kon ik mijn eigen slag rijden en heb ik het gas nog vol open gedraaid. Waar ik die kracht nog vandaan haalde, is me een raadsel. Zo’n beetje op de streep ging ik Irene Schouten nog voorbij. Ik denk dat ik een halve meter overhad. Echt ongelooflijk.’’

Diezelfde Irene Schouten stond even verderop met de pest in. Zilver was geen troost, eerder een bevestiging van gemist goud. ’’Niemand wilde dat gat dichtrijden naar Meijer, zoals ze de hele wedstrijd al niet wilden rijden. Daardoor stond ik voor de keuze: haar laten winnen of toch nog rijden voor mijn eigen kansen. Want ik voelde dat ik sterk genoeg was om te winnen. Dan doe je dat, en dan is het toch nog Bianca Roosenboom die de vruchten van je werk plukt.’’

Diepe zucht, wanhopige blik. ’’Misschien moet ik de volgende keer inderdaad maar gewoon iemand laten rijden. Moet ik het gat eens niet dichtrijden. Dan rekenen ze de keer daarop niet allemaal op mij. Want dat is precies wat er nu gebeurt. En ik wil altijd winnen, dus doe ik het vaak ook. Maar eerlijk gezegd weet ik ook niet hoe ik dit anders had moeten aanpakken.’’