Je bent terug! Hoe was het in Polen?
“Het was een heel mooie ervaring, ook om met de Mulders op pad te zijn. Iedereen kent ze, dus dat is een grote eer. Je leert ook andere sporten kennen: korfbal, touwtrekken en andere sporten waarvan je normaal nooit gehoord had. Iedereen van de Nederlandse ploeg was heel positief en moedigde elkaar aan. Ze kwamen bij ons kijken, en andersom ook.”
En dan was er natuurlijk nog die prachtige openingsceremonie a la Spelen?
“Ik was al eerder bij de World Games, maar omdat we toen steeds de dag erna moesten rijden konden we niet naar de opening, dus dit was de eerste keer. Na drie uur wachten onder het stadion komt het moment dat je naar binnen mag lopen: al dat publiek juicht dan voor je, dat is het mooiste moment. Het zat helemaal vol, dus het was echt heel gaaf. En Michel droeg de vlag, dat was heel leuk voor hem en dat verdient ‘ie ook.”
Je aanloop naar de World Games, met daarin ook het EK, verliep niet helemaal vlekkeloos..
“Het was niet zoals ik gehoopt had nee. Ik reed een slecht EK, niet zoals ik zou kunnen. Vijf dagen voor toernooi begon mijn kuit wat raar te doen en later bleek dat mijn fibula bot uit de kom was, waardoor ik gedurende het EK niet fatsoenlijk kon skeeleren.
Na het EK heb ik anderhalve week niet geskeelerd, alleen voor de fun meegedaan in Otterlo. Pas op de World Games ging ik weer rustig skeeleren en daar voelde het meteen goed. Ik had mijn timing terug. De therapeut zei ook: 'Wat heb je in anderhalve week gedaan joh?' Ik skeelerde gewoon weer als vanouds en daar was ik echt heel blij mee. Ik had goede verwachtingen en ontzettend veel zin."
En toen, boem!
“Ja, ik viel. Ik zat tijdens de afvalkoers gewoon goed voorin, toen er vlak voor mij een valpartij gebeurde. Ik kwam met mijn knie op de stoeprand. Dat was heel vervelend. Het is geen groot letsel, maar er zat best een diep gat in en hij was beurs en blauw.
Je komt daar om twee dagen te rijden en valt dan al meteen op de eerste afstand, dat is balen. De puntenkoers, wat eigenlijk mijn afstand is, was de volgende dag. Ik werd ’s ochtends wakker met een dikke knie en daar kun je natuurlijk niet ideaal mee afzetten voor de sprintjes. Ik werd twee keer derde op de tussensprint en daarmee achttiende. Voor hetzelfde geld pak je vier punten en ben je zesde. Ik heb duidelijk pech gehad, maar ik voel dat het erin zit. Ik ben blij dat ik mijn goede gevoel terug heb.”
Het WK staat voor de deur, ben je wel op tijd hersteld?
“Ik ga nu anderhalve week fietsen om goed te herstellen, maar ik kan eigenlijk alles weer doen, dus dat is mooi. Tijdens het WK wil ik weer op mijn oude niveau zijn en proberen in de top tien te rijden. Als ik dacht dat dat niet haalbaar was zou ik niet gaan, maar de medische staf en bondscoach zagen ook dat ik weer goed was, dus dat ik op een WK wel wat kan laten zien. Je weet natuurlijk nooit wat er gebeurt, maar met de vorm zit het wel goed.”
Wat kan Nederland nog leren van andere World Games-landen, en andersom?
“Wij zijn heel goed in organiseren en hebben alles altijd perfect op orde. Voor atleten is Nederland een van de betere organisatoren. Waar we nog van kunnen leren? Nederland is heel prestatiegericht. Als je geen medaille haalt is iedereen ontevreden. Je had het zó moeten doen, of zó. Je kunt zonder medaille te halen ook goed rijden. Andere landen hebben dat wel. De Polen waren blij dat ze alleen al meededen. Het zit in onze cultuur om commentaar te geven, in plaats van ‘good job’, ‘mooie actie’, of ‘try for next time’, te zeggen."