“Ik wilde laten zien dat ik in vorm ben”, vertelde Joling. Op de team pursuit had ze dat niet kunnen laten zien. “Ik ben goed, maar we zijn toen gewoon te snel gestart. Dat was nergens voor nodig.”
Het had aan haar geknaagd, gaf ze toe. Zij was degene die aan de start van de team pursuit een gaatje moest laten en die aan het einde te lang probeerde haar kopbeurt vol te maken, terwijl dat het tempo van het drietal drukte. “Gisteren was belachelijk.”
“Het had echt niet mogen gebeuren. Ik ben goed en was goed, maar ik nog alleen niet mee in de opening. Er had beter gecommuniceerd moeten worden, door iedereen”, was haar analyse een dag later.
“Ik was er echt goed kapot van. Ik heb er echt wel een traan om gelaten. Wij konden eigenlijk alleen maar verliezen. Dat was bijna onmogelijk, maar we hebben het toch gedaan.”
Het kostte haar een deel van haar nachtrust. “Het inslapen ging wel, maar toen ik ’s nachts wakker werd heb ik wel een uur tot anderhalf wakker gelegen.”
Daarvoor had Joling een trucje. “Ik heb het even opgeschreven. Dat doe ik altijd als ik ergens over lig te piekeren. Ik schrijf het op en dan kan ik weer slapen.”
Ook op zondag nog kon ze de teleurstelling niet uit haar gedachten bannen. “Bij vlagen denk ik er nog aan”, zei ze. Het weerhield haar niet van een snelle tijd en een goed eindresultaat.
“Ik wilde top vijf rijden, maar ik rijd top zes met een persoonlijk record. Dat is bijna hetzelfde”, concludeerde ze.