“Als je met een nieuwe jongen moet rijden dan weet je nog niet alles precies. Met Arjan is het vertrouwd werken”, zei Bergsma nadat hij solo de mass start bij World Cup in Heerenveen op zijn naam had gebracht.

“Ik moet het niet in de sprint doen. Ik moet de koers hardmaken en proberen weg te komen. Als het op een sprint uitkomt rijd ik voor Arjan. We zijn zo goed op elkaar ingespeeld.”

Op zondag bleek niemand een antwoord te hebben op de demarrage van Bergsma. “Dat had ik ook zo wel verwacht. Vorige week in Berlijn was ik ook bijna weg, maar toen werd ik net nog teruggereden door één iemand, die er vervolgens meteen af moest”, zei de Clafis-rijder. “En als ik eenmaal weg ben, dan ben ik gevaarlijk.”

Dat bleek. Voor het eerst in het seizoen wist een Nederlander te winnen. “Het is mooi om hier voor eigen publiek, in eigen huis, de overmacht van de Koreanen van de afgelopen keren te doorbreken.”

Voor Irene Schouten verliep de mass start minder gelukkig. Ze werd derde terwijl ze haar zege van vorige week in Berlijn graag herhaald had. “Ik had hier heel graag gewonnen”, gaf ze toe. “Maar ik had slechte benen.”

Waar die slechte benen vandaan kwamen wist ze niet precies. De marathon van de avond ervoor in Breda, die ze won, woog wellicht door. “Dat zou kunnen, maar eigenlijk zou dat het niet moeten zijn. Normaal herstel ik daar wel van, maar nu had ik geen power om te sprinten.”

Daarnaast maakten Schouten en haar strijdmakker Rixt Meijer nog een kleine tactische fout. Op het moment dat Schouten na een uitlooppoging werd teruggepakt ging Meijer onmiddellijk in de aanval. Schouten kon hierdoor niet even op adem komen om zich op te laden voor een mogelijke sprint.

Die beide zaken hebben Schouten een belangrijke les geleerd. “Voor heel belangrijke mass starts zal ik geen marathon rijden en we hebben gezien dat we sommige dingen tactisch net anders moeten aanpakken.”