“Dat is het doel, ja”, zegt Swings in gesprek met het Belgische De Zondag over de Olympische Spelen in Pyeongchang. “Daar moet ik top zijn. Op de vorige Spelen in Sotsji was ik vierde op de 5.000 en vijfde op de 10.000 meter. Dan weet je dat vier jaar later een medaille het minimum moet zijn”, vervolgt hij.

Swings denkt in Zuid-Korea op vier onderdelen kans te maken op olympisch eremetaal. “De 1500 meter, de 5000 meter, de 10.000 meter én de massastart. Dat laatste is nieuw. Ik denk dat ik hierin voordeel kan halen uit mijn skeelertechnieken.”

Wie denkt dat het pre-olympische seizoen daarom van minder groot belang is voor Swings, vergist zich echter. “Dit seizoen moet een blauwdruk worden van volgend seizoen. Dezelfde trainingskampen, dezelfde wedstrijden, alles uittesten. Sportief wordt het WK afstanden de belangrijkste wedstrijd. Een medaille is het doel.”

Dat Swings nu openlijk durft te dromen van olympisch succes, heeft zijn oorsprong in 2013. Toen pakte hij brons bij het WK allround. “Die medaille opende mijn ogen. Ik wist dat mijn grote droom, deelnemen aan de Olympische Spelen en er meedoen om de medailles, mogelijk was.”

Een eventuele olympische medaille voor Swings zou mogelijk niet alleen voor de schaatser zelf mooi zijn. De kans bestaat dat er dan werk gemaakt wordt van de bouw van een ijsbaan in België, iets waar enige jaren geleden over gesproken werd, maar wat nooit van de grond is gekomen.

“Ik weet dat er over gepraat is in het parlement”, zegt Swings. “Misschien moet ik eerst olympisch kampioen worden? Wij missen een schaatscultuur, zoals Nederland die wel heeft. Daar heb je in elke straal van vijftig kilometer een ijsbaan. Schaatsen zou nochtans een populaire sport kunnen zijn in België. Als het vriest, staan de sloten vol schaatsers.”