Betekent natuurlijk ook dat Bart Hoolwerf vrijdag in Utrecht als eerste rijder start in het nieuwe hexapak, en dat is natuurlijk een bijzondere ervaring. ’’Een apart pak’’, gaf Hoolwerf lachend toe. ’’Maar in feite maakt het me helemaal niet uit hoe dat pak eruit ziet, als ik er maar in mag rijden. Want dat is dan natuurlijk wel weer mooi. Het is het pak van de leider. Dat wil je, altijd.’’
Het 19-jarige talent uit Eemdijk startte in Leeuwarden in zijn eerste meerdaagse, maar zijn doel staat hem helder voor ogen. ’’Ik wil deze winnen, dat staat vast. En niet omdat ik nu de eerste wedstrijd heb gewonnen, al sterkt die mij natuurlijk wel in mijn overtuiging. Ik wil elke wedstrijd winnen waar ik in start.’’
De eerste avond viel Hoolwerf niet helemaal mee. Het inkorten van de eerste drie races tot zeventig ronden – tegen honderd normaal – zou kunnen duiden op een makkelijke wedstrijd, maar daar kwam niets van. ’’Het was echt zwaar, ook al was het kort. Maar het was vanaf de start volle bak, het viel bijna niet stil. Dat zal de komende dagen niet anders zijn. Dan weet je dat het overleven wordt.’’
Het peloton trok inderdaad behoorlijk van leer op het ijs van de Elfstedenhal, maar het lukte helemaal niemand om aan de greep van het peloton te ontkomen. Tot frustratie van sommige rijders, die vloekend en tierend de kant opzochten en riepen dat er echt eens wat harder moest worden gereden.
Maar hard ging het wel, alleen lieten de sprinte niemand ontsnappen. Daardoor eindigde de wedstrijd zoals die begon: met de grote groep. De sprint was daarbij niet makkelijk en niet overzichtelijk. ’’Eigenlijk behoorlijk chaotisch’’, vond Hoolwerf. ’’Eerste ging het heel hard, vervolgens viel het drie ronden voor het einde stil. Op het moment dat er nog eentje weg reed, twijfelde ik: er achteraan of afwachten. Gelukkig kwam in de bocht naar de bel Kevin Hoekstra onderdoor en kon ik daar achteraan.’’
In de laatste bocht leek het voor beide kemphanen zelfs nog even fout te gaan. Het viel de twee zwaar het evenwicht te bewaren. Bijna gingen ze alle twee onderuit. ’’Het was slecht ijs, we kwamen heel wankel door de bocht.’’ Op het laatste rechte stuk sloeg Hoolwerf toe. ’’Ik weet dat ik op die sprint kan vertrouwen en dat bleek terecht. Mooi om zo die eerste wedstrijd te pakken. Nu hopen dat ik de resterende dagen ook zo goed doorkom, want helemaal fit ben ik al een paar dagen niet. En die fitheid kan aan het einde best eens de doorslag geven.’’