De huiskamer is knus op de woonboot in het Friese Aldeboarn. Hier, in zijn ouderlijke ark, heeft Jorrit Bergsma als jongetje heel veel droog geoefend. Hoe hij aan die lange, kenmerkende, superefficiënte schaatsslag komt? Anne Bergsma (69) staat kwiek op uit de leren bank. Gaat door de knieën, tilt één been op, haalt het naar achteren, sluit bij en zet af met het andere been. “Dat heb ik hier honderden keren met Jorrit geoefend”, zegt de vader van de olympisch kampioen, die in Milaan aan zijn vierde Spelen deelneemt.
Jorrit Bergsma wordt op 1 februari 1986 geboren, als middelste van drie zoons. Ate is de oudste, Aaltsen de jongste. In de opvoeding die Anne en moeder Japke hun kinderen geven, zijn drie zaken heilig. “We wilden dat onze kinderen in elk geval leerden zeilen, schaatsen en een muziekinstrument bespelen”, vertelt Anne.
Het zeilen doen de broers op aardig niveau, als lid van Frisia, vereniging uit het nabijgelegen Grouw. Met enkele families reizen ze tot aan het Franse Hyères om deel te nemen aan wedstrijden. De eigen boten gaan mee achter de grote Mercedes. Ook altijd van de partij is het gezin Bouwmeester, waarvan dochter Marit (37) zal uitgroeien tot olympisch recordkampioen. Jorrit doet bij wedstrijden in zijn optimist, splash of laser geregeld mee om de prijzen. Anne: “Hij kon aardig zeilen, vooral bij zwaar weer. Later, toen hij beter begon te schaatsen, is ie met zeilen gestopt.”
Het muziekinstrument? Dat wordt de bugel voor Jorrit, die zich net als zijn ouders aansluit bij Concordia, de plaatselijke fanfare. Ook daarin blaast hij zijn deuntje mee. “Jorrit heeft wel wat jaartjes meegespeeld, had er ook plezier in. Als kind vond hij het uniform van de fanfare ook best stoer, maar in de puberteit was het ineens over, bang dat ie werd uitgelachen. Hij speelt nog altijd muziek hoor, gitaar en elektrische ukelele. Dat verleer je nooit.”
Zijn we aanbeland bij de derde pijler van het gezin-Bergsma: het schaatsen. Als het echt wintert, en dat doet het nog vaak in Jorrits jeugd, werkt het ijs als een magneet als je eigen woonhuis ligt ingevroren op de Boarn. Als dat riviertje dicht ligt, stappen de Bergsma’s zo van de woonboot het natuurijs op. “Ze konden de schaatsen gewoon hier opbinden”, vertelt Anne. “Ze hadden het alle drie snel onder de knie, stonden mooi recht op de schaats. Daar moesten we wat meer mee doen.”
Jorrit en zijn broers worden lid van STG De Pinguïns, die trainen op Thialf in Heerenveen. Ze hebben alle drie aanleg, maar Ate verkiest vrij vroeg de voetbalsport boven het schaatsen en Aaltsen verhuist direct na de basisschool naar de zeevaartschool in Harlingen. Ook hij zegt het schaatsen vaarwel. Jorrit kan wel aardig mee op Thialf, maar bij wedstrijden valt hij niet op. “Ik was tot mijn zestiende aan anonieme schaatser”, zegt hij zelf. Vader: “Bij de jeugd rijden ze alleen maar korte afstanden: 100, 300, 500 meter. Jorrit is van het duurwerk. Anderen vielen meer op, hadden misschien ook meer talent, maar hebben de top niet gehaald.”
Jorrit haalt nooit een selectie en komt als vijftienjarige in een trainingsgroep met ‘veteraren’ terecht. Het plezier neemt af, hij dreigt zelfs af te haken, overweegt ook een overstap naar voetbal. “Maar dan wordt het zuipen en roken”, zegt vader Anne. “Ik dacht: dat moet niet. Toen heb ik voor een rijksdaalder een kaart voor hem gekocht, waarmee hij marathons kon rijden. Misschien was dat wel wat voor hem.”
Wat heet? Op de lange afstanden kan Jorrit eindelijk zijn energie kwijt. Hij geniet van het spelletje, ontwikkelt snel een aardig koersinzicht. “Ik schaatste tegen oude mannetjes, maar kon goed mee en legde ze erop in de sprint”, vertelt Jorrit. “Ik kreeg er echt lol in, dit was precies wat ik toen nodig had om het vuurtje voor het schaatsen te laten branden. Als ik de marathon niet had gehad, was ik gestopt.”
De rest is geschiedenis. Stapje voor stapje, van Thialf naar Topdivisie, groeit Jorrit Bergsma uit tot een topper in het marathonpeloton. Hij wordt warm verwelkomd door trainer Jillert Anema, die zijn oogappel ook op de langebaan tot grote hoogte brengt. Jorrit wint vele titels op de marathon, 5 en 10 kilometer én de mass start. Zijn grootste prestatie is die gouden olympische 10 kilometer in Sotsji in 2014, waarin Bergsma de gedoodverfd kampioen Sven Kramer verslaat.
We zijn nu twaalf jaar verder. Anne staat zijn schaatsend zoon trouw terzijde, zoals hij dat al die jaren heeft gedaan. “Mijn vader is heel belangrijk voor mij”, zegt Jorrit. “Zonder hem had ik niet kunnen zijn wat ik nu ben. In mijn jeugd was hij mijn materiaalman, chauffeur en grootste sponsor. Hij is een van mijn grootste fans, een enorme schaatsliefhebber, die tijdens wedstrijden nog altijd de rondetijden mee schrijft.”
Anne is zelf als jonge jongen ook een enthousiaste schaatser. “Maar ik reed geen wedstrijden”, blikt hij terug op zijn jeugd. “Je kunt wel talent hebben, maar je ouders moeten er ook achter staan. Mijn vader wilde nooit rijden. Maar zodra het een goede winter was, stond ik op het natuurijs.”
Als zijn eigen zoons gaan schaatsen, begint het bij Anne ook te kriebelen. Hij neemt les bij Peter Kolder, huidig jeugd-bondscoach bij de KNSB, volgt zelf een opleiding en gaat als trainer aan de slag bij De Pinguïns. “Daar gaf ik les aan trimmers van 40 tot 70, maar ook aan de jeugd en een groepje marathonrijders.” Als trainer hamert Anne op het inslijpen van de juiste techniek, die hij ook in de huiskamer nog perfect kan voordoen. “De kunst is om het goed uit te leggen."
Hij ontwikkelt zijn eigen visie op de perfecte afzet, met die lange effectieve slagen en de kenmerkende valbeweging. Dat is ook wat hij zijn middelste zoon bijbrengt, ook al is die onder de hoede van andere trainers. “We hebben het er veel over gehad, Jorrit pikte het goed op.” Nog altijd bespreken ze hoe het gaat met die schaatstechniek. Anne is vaak op Thialf te vinden, als toeschouwer bij de trainingen. Als Jorrit dan van het ijs komt, vraagt hij met een hoofdknikje wat heit ervan vond. “Op het ogenblik ziet het er erg goed uit”, zegt Anne tijdens ons gesprek dat drie weken voor de Spelen plaatsvindt. “Ik denk wel dat er in de bochten nog wat winst te halen valt.”
Anne is niet alleen schaatstechnisch adviseur van zoonlief, hij is ook nog altijd zijn privéchauffeur. Waar Jorrit ook heen moet voor (marathon)wedstrijden in eigen land, vader zorgt voor het transport. Dat is niet zonder reden, zegt Anne. “Ik heb te veel rijders gezien die na zo’n wedstrijd ‘s avonds laat vermoeid nog naar huis reden en een zwaar ongeluk kregen. Ze hebben het overleefd, maar lagen wel zwaar in de kreukels. Ik wilde niet dat Jorrit zoiets zou overkomen.”
En dus rijdt hij, meestal op zaterdagavonden, heel het land door. De Mercedes-stationwagen, waar Anne decennialang bij zweert, is onlangs ingeruild voor een Lynk&Co, ook zeer comfortabel. Onderweg praten ze wat samen, of luisteren muziek. Als Jorrit wil rusten, kruipt hij op de achterbank en doet daar lekker een tukkie. “Ik rij graag”, zegt Anne, die zijn werkzame leven als (vrachtwagen)chauffeur begon, overstapte naar de NAM en Shell en sinds zijn pensionering als invaller op touringcars rijdt. “Ik vind het ook leuk om de wedstrijden te volgen. Ik hou van de marathons, maar vind een vijf of tien kilometer net zo mooi.”
Het eind van Jorrits loopbaan lijkt nog niet in zicht. Hoewel hij onlangs zijn 40ste verjaardag vierde, is de rijder van Team Albert Heijn Zaanlander nog altijd topfit. Hij straalt plezier uit, lijkt er geen genoeg van te kunnen krijgen. Het schaatsen heeft hem veel gebracht, niet alleen titels, bekers en medailles, maar ook de liefde. Hij is getrouwd met de Amerikaanse ex-schaatsster Heather Richardson, die vier wereldtitels won. Ze wonen met hun twee kinderen, Brent en Barbara, op een steenworp afstand van zijn ouderlijk huis in Aldeboarn.
Hun kroost lijkt voorbestemd te zijn voor de schaatssport. Opa Anne heeft zijn kleinkinderen al op het natuurijs gezien. “Brent was pas twee toen hij hier bij de boot al op schaatsjes stond.” Als Jorrit traint op Thialf, gaat Brent vaak mee, om zo veel mogelijk rondjes rond de 400 meterbaan te rennen, of te fietsen. De kinderen zitten ook allebei op schaatsles bij de Sven Kramer Academy. “Brent heeft, denk ik, de sprintvezels van zijn moeder. Bij Barbara moet het nog blijken”, zegt pake.
Of ze net zo talentvol zijn als hun ouders? “Het gaat best goed, maar je kunt er nog niks van zeggen. Jorrit reed vroeger met jongens die veel beter waren. Die wonnen alles, maar hebben toch nooit de top bereikt. Belangrijk is hoe ze puberteit doorkomen. Als je ineens de hoogte in schiet, is je coördinatie weg en dan komt het schaatsen niet meer vanzelf. Daar moet je doorheen, dat vraagt doorzettingsvermogen. Als je altijd gewend bent geweest om makkelijk te winnen, valt dat vies tegen. Je ziet er dan veel afhaken.”
Zijn zoon ging het nooit makkelijk af, die moest altijd knokken om op te vallen als schaatser. Kijk wat het hem gebracht heeft: onder meer drie olympische medailles, van elke kleur één. In Milaan gaat hij op voor zijn vierde podiumplek op de Spelen, waarvoor Bergsma twee kansen krijgt. Vandaag op de 10 kilometer, met Heather, hun kids en zijn broers op de tribune, en volgende week op de mass start, waarvoor zijn ouders naar Milaan afreizen. Ze kijken er naar uit, hebben vertrouwen in een mooie afloop.
Anne: “Van de zomer wist ik niet of Jorrit het nog ging redden, de concurrentie is intussen zo sterk! Maar hoe verder in het seizoen, hoe meer hoop ik kreeg dat hij de Spelen ging halen. Het OKT was een spannend verhaal, maar hij heeft het gered. En nu kan er alles gebeuren, zijn techniek ziet er goed uit. We gaan zien wat het oplevert.”