Met Henk Angenent (46) verliest het marathonschaatsen een van de laatste uithangborden. De boer uit Woubrugge werd dat na zijn overwinning in de Elfstedentocht van 1997, maar constateerde de laatste jaren dat ook die faam hem lang niet altijd meer kon helpen.

Dit seizoen slaagde Angenent er zelfs niet meer in een hoofdsponsor te vinden voor zijn marathonploeg. Dat, maar vooral het gegeven dat de schaatsbond KNSB in zijn ogen veel te laks is, ligt ten grondslag aan het besluit van Angenent. "Ik ben er helemaal klaar mee."

De KNSB is de rode draad in het betoog van Angenent, die al jarenlang roept om veranderingen. "Ik ben er al ruim vijf jaar mee bezig, waarschuw constant dat het verkeerd loopt. Maar uiteindelijk gebeurt er helemaal niets en dat is funest voor onze sport."

"Na het NK op het Zuidlaardermeer heb ik ook nog geageerd tegen het wegblijven van BAM bij de Grand Prix in Zweden. Als we dat zouden tolereren, was het einde verhaal. Maar niemand greep in, en zie, het is nu schering en inslag dat ploegen zomaar wegblijven. Zo kun je niet met je sport omgaan."

Het irriteert Angenent dat dit ook gebeurde met zijn eigen Angenent Classic over 200 kilometer. "Die wedstrijd werd door een aantal ploegen gemeden. Maar de 200 kilometer is de basis van deze sport. Elke gelegenheid om die te rijden, moet je met beide handen pakken. Ik snap er niets van dat met die kansen zo slecht is omgesprongen."

Angenent wilde van de schaatsbond een duidelijke koers zien, een helder beleid, waarin het belang van de sport voorop stond. "Dat is er nooit gekomen. Er was geen visie, geen beleid. En dat terwijl het zo simpel is. Ga in de eerste plaats terug naar teams van drie, maximaal vier man. Verder de ploegleiders van het ijs, net als de pylonnen. En de afstand moet een echte marathon worden van 42 kilometer, zodat je altijd binnen het uur klaar bent."

Ook aan de licenties moeten strikte voorwaarden worden verbonden. "In elke wedstrijd moet je als ploeg gewoon aan de start staan. Doe je dat niet, dan is het klaar. Dan ben je je licentie kwijt en sta je de rest van het seizoen aan de kant."

De Elfstedenwinnaar is verder een warm pleitbezorger voor meer wedstrijden op buitenlands natuurijs. "Het wordt elk jaar allemaal maar minder, terwijl we daar juist meer moeten doen. Dat is een van de grote uithangborden van onze sport, en de NOS gaat daar graag in mee. In Finland reden we de mooiste wedstrijden met verreweg de meeste exposure. Maar daar komen we opeens al vier jaar niet meer. In Canada kunnen we prima terecht, net als op nog wel meer plekken. Natuurlijk, het koste allemaal meer geld, maar dat krijg je dubbel terug."

Angenent vindt tot slot dat de mass-start massaal omarmd moet worden. "Het kan best zijn dat de toekomst van onze sport meer in die richting ligt. Daarom is het een schande wat er gebeurde tijdens de laatste mass-start in Heerenveen. Je moet die discipline heel serieus nemen, maar dan moet je ook afstappen van het huidige plaatsingssysteem. Elke ploeg staat daar met twee rijders aan de start, klaar."

Het beleid bepalen voor de sport is de verantwoordelijkheid van de KNSB, daarover laat Henk Angenent geen misverstand bestaan. Maar hij stelt nadrukkelijk dat ook de rijders een rol spelen. Voorheen werd er door mannen als Angenent zelf, René Ruitenberg, Erik Hulzebosch, Peter Baars en Peter de Vries nog wel eens met de vuist op tafel geslagen.

"Tegenwoordig wordt alles maar geslikt. Komt ook door de coaches die nu alles bepalen. Er was wel altijd een rijdersraad, maar dat stelde ook niet zoveel voor. Ik begrijp dat allemaal niet. Als sporter moet je grip willen hebben op de zaken, moet je opkomen voor je belangen. Dat gebeurt nu nauwelijks, terwijl iedereen kan zien dat het niet goed gaat. Elk jaar zien we het minder worden, en niemand die iets doet."

Dat proces kan alleen tot stoppen worden gebracht als er daadwerkelijk dingen veranderen, stelt Angenent. "Doorgaan op deze voet is een doodlopende straat. Om de sport te laten overleven zijn er veranderingen nodig en dan moeten we niet schromen dat te doen."

"Geldt trouwens voor de hele schaatssport, ook voor de langebaan. Maar nog steeds wordt dat tegengehouden door mensen die bang zijn dat ze na veranderingen zelf niet meer kunnen winnen. Dat is jammer. Het belang van de sport moet voorop staan. Bij rijders, bij ploegleiders en zeker ook bij de KNSB."