Voor de laatste officiële wedstrijd van Angel Daleman moesten we terug naar januari: de 500 meter op het EK Afstanden. Die eindigde teleurstellend met een valpartij. Het NK Sprint moest ze vervolgens overslaan wegens rugproblemen, waardoor de negentienjarige schaatser al acht maanden geen officiële wedstrijd had gereden.
Omdat de eerste krachtmeting op de langebaan nog een maand op zich laat wachten, zijn de kwalificatiewedstrijden van de shorttrackers een welkome onderbreking. “Als de trainingen lekker lopen, wil je het ook graag laten zien in een wedstrijd. Zo’n shorttracktoernooi voelt bovendien als thuiskomen. Ik vind het gezellig; lekker een beetje spelen en mezelf op een andere manier triggeren. Maar als ik dan het ijs afloop, baal ik wel als het niet goed is gegaan.”
Gretig als altijd. Na twee dagen tijdritjes en een dag racen zijn de World Tour-tickets zeker niet uit zicht, maar de Zuid-Hollandse weet dat ze de trip naar Canada waarschijnlijk aan zich voorbij moet laten gaan. “Anders rijd ik direct bij terugkomst een World Cup Kwalificatietoernooi. Dat is verre van ideaal. Zeker nu iedereen in Nederland echt heel hard rijdt. Ik kan me niet permitteren om niet topfit aan de start te staan. De langebaan heeft voor nu iets meer prioriteit.”
‘Voor nu’, vertelt Daleman erbij, want de ambitie om beide disciplines te combineren op de Spelen van 2030 is er nog steeds. Met het shorttracken in Lyon en de langebaan in Heerenveen wordt het een logistieke uitdaging, maar Daleman legt graag de lat hoog voor zichzelf. “Ik zou het heel vet vinden om net als Suzanne (Schulting, red.) allebei te rijden.”
Met slechts twee World Tours op haar cv - waarin ze individueel ver verwijderd bleef van de topklasseringen - heeft ze nog genoeg terrein te winnen. “Bij shorttrack is het heel belangrijk dat je kunt racen. Het enige moment dat je dat kunt leren is tijdens wedstrijden. De laatste anderhalf jaar heb ik alleen het NK gereden. Daarom moet ik nu weer meters maken, het race-instinct opwekken.”
“Ook vandaag merkte ik dat ik iets te weinig race-ervaring heb, waardoor ik foutjes maakte”, vervolgt ze. “Op de tijdritten kom ik daar nog wel mee weg, dan kan je lekker beuken en hoef je nergens rekening mee te houden. Met tegenstanders in de baan mis ik net de souplesse. De kracht en inhoud heb ik, maar je moet kunnen zweven over de baan. Ik leun nu te veel op mijn kracht. Bovendien moet ik wennen aan de bochten en de druk op mijn benen, dat is toch anders dan op de langebaan.”
Over haar vorderingen op de langebaan is het multitalent trouwens positief. “Al doet iedereen in de zomer alsof ie wereldkampioen is. In het team wordt heel hard gereden, op de wedstrijden zullen we zien waar het toe leidt.”