Smeekens seizoen kreeg een rare draai bij de eerste echte wedstrijd van de winter. Bij de KNSB Cup in Enschede ging het mis. Hij kwam ten val op de 500 meter en wist zich niet te plaatsen voor de World Cups. Hij was reserve. Bijna elke World Cup kreeg hij de kans om een 500 meter te rijden, maar hij wist vaak pas laat of en wanneer dat zou gebeuren. Dat was erg lastig, vertelt de sprinter.

“Ik had niets zelf in de hand en daar schik je je naar, zo goed als dat gaat”, zegt hij. “Ik heb dat onderschat. Normaal plan je alles in, maar nu was ik afhankelijk van de grillen van een ander.”

Het was frustrerend om soms niet te mogen rijden terwijl hij zich goed voelde of wel te rijden als hij het niet had verwacht. “Ik heb wel eens tempo’s gereden in de ochtend die voor mijn gevoel harder gingen dan ooit en dan mocht ik niet starten.”

Hij had het anders aan kunnen pakken, het omgaan met zijn positie als reserve, denkt hij. “Ik had misschien beter een andere focus kunnen hebben: lekker trainen. Ik had misschien wat minder ambitieus moeten zijn, maar het tekent mij nu eenmaal. Ik wil racen.”

Zijn hele seizoen was overhoop door het missen van een zekere plek in de wereldbeker, maar hij wist dat er een herkansing zou komen. “In de zomer maak je een planning waarbij deze WK Afstanden het hoogtepunt vormen”, legt de LottoNL-Jumborijder uit. “En na Enschede was duidelijk dat ik er eind december op de NK Afstanden zou moeten staan.”

Hij plaatste zich als tweede man, achter Kai Verbij, voor de 500 meter. “Het hoofddoel is gelukt. En het is mooi om hier te zijn”, lacht hij. Helemaal waar is dat overigens niet. Het hoofddoel is uiteindelijk om goed te rijden op het WK.

“Dat klopt. Mijn gevoel is nu niet: het WK is gehaald, het is goed zo. Ik ben hier om te presteren en niet voor de sightseeing”, geeft hij toe.