Wat een andere Olympische Winterspelen wordt het voor jou, in vergelijking met 2022. Toen zat je om te beginnen in quarantaine, omdat je corona had.
Carl Verheijen: “De gehele voorbereiding was al zo anders. Om een voorbeeld te geven: we zaten bij het Olympisch Kwalificatietoernooi met z’n zessen op de tribune. Publiek ontbrak, de enigen die we zagen, waren schaatsers. Bij de snowboarders en hun voorbereiding konden we evenmin kijken. De setting was totaal anders: het hele land was afgesloten die winter. Dit is veel prettiger, en wat me ook veel leuker lijkt, is dat er weer een TeamNL Huis zal zijn waarin de sporters geëerd kunnen worden en er een feestje is met familie en vrienden als er een medaille is gewonnen.”
Maar wat voor ervaring was het vier jaar terug voor jezelf, om als chef de mission te beginnen aan zo’n klus?
“Ik had al twee keer de Jeugd Olympische Spelen meegemaakt (2012 en 2016, red.), waardoor ik een beetje wist hoe het zou zijn als het allemaal open en toegankelijk was geweest. Tegelijkertijd moest ik me focussen op de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de sporters optimaal kunnen presteren? Daar ging de aandacht vooral naar uit.”
Aan welke ervaringen van die twee JOS-evenementen, heb je iets gehad voor de Spelen in Beijing?
“Weten hoe alles werkt, dus van logistiek tot en met de wedstrijden, de briefings, de meetings met andere chefs de mission, kledingprotocollen. Het is een mini-uitgave van de Spelen, hè.”
Beschouw je jezelf nu als een routinier?
“Nou, ik heb veel ervaring opgedaan. Normaal gesproken ben je een keer een chef de mission, maar Pieter Van den Hoogenband (Zomerspelen Tokio en Parijs, red.) en ik zijn het twee keer. Dus misschien hebben we ook iets goed gedaan.”
Wat was het moeilijkst in 2022?
“Het geval met skiër Adriana Jelinkova (die kreeg corona, miste een poortje en voelde zich onvoldoende gesteund door de skivereniging, red.) vond ik heel vervelend. Zij kreeg, door de stress van zit ik wel aan de goede kant of niet aan de goede kant, zoveel stress dat ze in de wedstrijden niet goed kon presteren. Dat was niet fijn om van dichtbij mee te maken.”
Je stond erbij aan de zijlijn en kon goed beschouwd niet zoveel doen.
“Dat is niet helemaal waar. We zorgden ervoor dat ze een aparte kamer kreeg, dat ze haar trainingen kon afwerken op een andere manier. Op een gegeven moment moest ik voor de pers gaan staan, en ook voor haar opkomen, waardoor ik wat nadrukkelijker in beeld kwam. Maar als het allemaal rustiger is, zul je mij niet zo vaak zien op de komende Spelen.”
Carl Verheijen in het kort
Carl Verheijen, geboren op 26 mei 1975 in Den Haag, mocht in zijn schaatscarrière (1995-2010) een keer meedoen aan de Olympische Spelen. Dat gebeurde in 2006 en niet ver van Milaan waar dit jaar de schaatsonderdelen plaatshebben. De Italiaanse organisatie had een ijsbaan neergelegd, de Oval Lingotto genaamd, op het terrein van autofabrikant Fiat. Verheijen werd op de vijf kilometer nipt van een bronzen plak afgehouden door Enrico Fabris. Op de team pursuit was het wel raak voor de Nederlandse ploeg (met Carl erin), al ging dat niet zonder slag of stoot. Tijdens de halve finale kwam Sven Kramer ten val en hij nam bij zijn buiteling Verheijen mee. Niettemin hengelde het trio de bronzen medaille binnen. Dat was ook de prijs die de stayer haalde op de tien kilometer, achter Chad Hedrick (zilver) en Bob de Jong (goud).
Ruim twee maanden eerder schaatste Verheijen - die in zijn loopbaan drie keer wereldkampioen team pursuit werd en twee mondiale titels greep op de tien kilometer - in Thialf een wereldrecord op de langste afstand. Hij finishte na 12.57,92 en dook zo onder de tijd die een paar ritten eerder was neergezet door Hedrick. Die Amerikaan nam op oudjaarsdag 2005 wraak door op 12.55,11 uit te komen.
Wat wordt, denk je, de grootste uitdaging in Milaan?
“Er komt altijd iets uit een onverwachte hoek. Vier jaar geleden hadden we dat incident met het ijs maken op de langebaan. Voor dat soort dingen moet je oppassen. Het is zaak alles zo te managen dat alles doorgaat zoals de sporters, coaches en staf dat al vier jaar doen. Men moet niet worden afgeleid door het olympisch gebeuren, daar moeten wij als TeamNL iets bij zetten. Doen we dat naar behoren, dan hoop ik dat het een heel soepele Spelen zal worden. Ik heb er nu veel vertrouwen in, al ontstaan er altijd rare gevallen die je onmogelijk van tevoren kunt bedenken.”
Heb jij het wedstrijdprogramma al in je hoofd?
“Ja, maar niet op de minuut nauwkeurig. Ik weet wel bij welke sporten ik wil of kan zijn. Zo weet ik dat ik Jenning de Boo op de 500 meter zal missen, omdat ik dan in de bergen ben, voor de snowboarders of skeleton-atleet Kimberley Bos. De vijf kilometer zie ik evenmin live, maar gelukkig komen Stijn van de Bunt, Chris Huizinga en Marcel Bosker later weer in actie op de team pursuit. Bij de mass start in het slotweekend ben ik niet vanwege de races van de bobsleeërs. Wat shorttrack betreft: ik kan vier van de zes dagen meepakken. Mijn functie gaat boven het schaatsliefhebber zijn en dat zorgt ervoor dat ik niet overal bij kan zijn. Ontbreek ik ergens, dan zal Andre Cats de honneurs waarnemen.”
Voel je je een beetje de pater familias van deze olympische atletenfamilie? Ken je iedereen persoonlijk?
“De meesten heb ik gesproken, ja. Kimberley ken ik al van vier jaar geleden. Suzanne Schulting was erbij op de Jeugd Olympische Spelen van 2012. Ik ken de technisch directeuren van de bonden, de trainers; dat is volgens mij ook mijn rol: dat als er iets is, met name de sporters mij kunnen benaderen. Voor mij is het belangrijk te weten hoe het IOC werkt, het organisatiecomité, en TeamNL. Vooral dat laatste is heel belangrijk. Daarnaast heb ik een rol op het internationale vlak. Gaat het goed, dan zet je de coaches en sporters op het podium. Gaat het minder of zijn er problemen, dan moet ik naar voren stappen om het verhaal te doen.”
Hoe vaak ben je al in Milaan of Cortina geweest?
“Een keer of vier, vijf. In het begin ter oriëntatie, daarna voor een overleg met alle chefs de mission. Aan het begin van de winter reisde ik naar Cortina om te kijken naar de bobsleeërs, eind vorig jaar woonde ik de testwedstrijden op de langebaan in het schaatsstadion bij. Zaak was om zo goed mogelijk door te krijgen hoe alles in elkaar steekt en werkt op de verschillende locaties, zodat we het voor de sporters zo comfortabel mogelijk kunnen maken.”
Wat vind je van het langebaanstadion?
“Prachtig! Echt een heel mooie arena. In een bedrijfshal hebben de Italianen tribunes neergezet en is alles eromheen keurig afgedekt. Ik vind het een prima venue.”
Heb je er ook al op het ijs gereden?
“Nee, dat nog niet, maar ik neem wel mijn schaatsen mee naar Milaan.”
Je spreekt je nooit uit over het aantal te verwachten medailles. Waar kijk je naar uit?
“Ik ben heel benieuwd hoe de shorttrackers zich internationaal zullen verhouden. Het voorseizoen was goed, maar er deden zich ook nog wat ziektes, wat valpartijen en andere dingen voor die misschien beter hadden gekund. Ik vind dat ze hard rijden op dit moment. De langebaanwedstrijden worden elke dag weer spannend, net zoals het OKT eind december. In 2022 waren er acht gouden schaatsmedailles. Het zou mooi zijn als het opnieuw in die richting gaan. Ik spreek me er niet over uit, maar we hebben uiteraard de ambitie in de top-10 te eindigen van het medailleklassement.”
De gouden medailles moeten dan vooral van de vrouwelijke schaatsers komen.
“Ja. Ja.”
Want bij de mannen lijken de buitenlandse stayers en Jordan Stolz de bovenliggende partijen.
Verheijen knikt alleen instemmend. Hij kent de huidige verhoudingen op de langebaan. “Neemt niet weg dat ik het volste vertrouwen heb in onze mannen. Kijk waartoe Jenning de Boo en Joep Wennemars vorig seizoen in staat waren op het WK. Toen klopten ze Stolz ook. De vorm van de dag zal bepalen wie goud zal halen.”
Wat vind je van Stolz?
“Hij heeft een bepaalde techniek en een fitheid die enorm goed zijn. In de laatste wedstrijden op de 1000 en 1500 meter heeft hij alles gewonnen wat er te winnen was. Als hij dan ook nog een keer in de ploegenachtervolging een ronde meedoet en misschien aan de mass start, dan komt hij heel dicht in de buurt van zijn landgenoot Eric Heiden die vijf keer goud behaalde in Lake Placid.”